Vroeger, toen volledige «zelfontplooiing» nog niet het hoogste gebod was, gold zelfbeheersing als een belangrijke deugd. Het niet toegeven aan allerlei aandriften, het jezelf afvragen of bepaalde daden of uitlatingen nu wel of niet verstandig zijn, is volgens Holman een ontoelaatbare vorm van zelfcensuur, een aantasting van je hoogst persoonlijke vrijheid. Je moet immers alles, op elk tijdstip, op elke plaats en tegen iedereen kunnen zeggen.

Het is de meest platte variant van de idealen van de jaren zestig. Die resulteerden toen in wat Jacques de Kadt omschreef als «de rebellie der pubers», de opstand van een generatie die vrijheid zeer eenzijdig interpreteerde als de situatie waarin je niets hoeft, waarin geen grenzen zijn, waarin je je volledig kunt laten gaan. Zelfbeheersing, plicht, verantwoordelijkheid: het leken gruwelijke kluisters die zo snel mogelijk verbroken dienden te worden.

(...)

Het is momenteel een politiek zeer incorrecte vraag, maar zou een deel van de onvrede onder moslims niet voortkomen uit het feit dat onze cultuur wordt ervaren als leeg, kil en louter materialistisch?

Rob Hartmans Als het nu eens echt oorlog zou worden...
in: De Groene Amsterdammer 130/8, 29