"Een boek heeft lezers nodig, lezers die terugbladeren, die hun eigen gedachtes even opschorten en zich nieuwsgierig willen laten meeslepen. Maar u doet niet mee aan een experiment dat niet meteen begrijpelijk en toepasbaar is op de huidige werkelijkheid."

Peter Sloterdijk tegen Frits Bolkestein, geciteerd uit:
Trouw. de Verdieping 15.3.2006, 5

Sloterdijk zegt daar in de eerste zin iets dat ik heel belangrijk vind. Ik krijg wel eens de vraag waar een filosoof of filosofie voor staat. Nadat ik dat op mijn gebrekkige manier heb proberen uit te leggen, word ik vaak aangevallen op die filosoof of filosofie alsof ik zelf de bedenker ervan ben. Weliswaar speel ik vervolgens al dan niet de advocaat van de duivel, maar ik probeer ook te vertellen dat een lezer niet hoeft in te stemmen met een filosofische tekst om het toch te kunnen waarderen. Nogal eens proef ik verbazing dat ik me inlaat met oude boeken waarin wereldvreemde zaken worden beschreven die geen ogenblikkelijk praktisch nut hebben.

Ik beschouw de geschiedenis van de filosofie als een zoektocht van mensen naar waarheid door middel van het verstand, via de beschrijvende rede. Ik vind het boeiend om te lezen hoe mensen steeds weer worstelen met dezelfde vragen en problemen en daar steeds weer proberen antwoorden op te formuleren. Filosofie is een manier, andere manieren zijn godsdienst, kunst, wetenschap enzovoort. Ik ben eveneens geboeid door de interactie van deze manieren, door de continuïteit, de verbanden, actie en reactie, these en antithese enz.

Of het allemaal nuttig is, dat weet ik niet. Toch is het opvallend hoe weerlegde ideeën vaak nog doorwerken in onze tijd. En van dwaalwegen kan men toch leren, zou ik willen zeggen!

Maar als men filosofie wil lezen – en daarom ben ik het zo eens met Sloterdijk – dan een is leeshouding belangrijk waarbij men probeert sympathie te vinden voor de filosofie en de filosoof. Wil men een filosofie of filosoof werkelijk van binnenuit begrijpen, dan lijkt me een dergelijke psychologische houding een eerste vereiste.