Eén van mijn meest huiveringwekkende en daarmee één van mijn meest muzikale ervaringen was het beluisteren van een opname van de dertiende symfonie van Dimitri Sjostakovitsj. Ik zie me nog zitten in mijn studentenkamer in Zeist. Het volume van de stereo stond ongetwijfeld te hard. Ik had een gedempt licht aangelaten, omdat ik de tekst wilde meelezen. Ik moet met open mond een uur lang geluisterd hebben. En na dat uur was ik emotionaal totaal gesloopt. Sindsdien heb ik nooit meer echt naar deze symfonie kunnen luisteren. Zoals men nog de naweën van een nachtmerrie kan voelen of zoals men nog lang last kan hebben van het bekijken van een geslaagde horror-film, zo kan men achterblijven met een gevoel van beklemming na het beluisteren (beter: ondergaan) van deze symfonie. Alsof de dertiende symfonie een muzikale pendant is van Josef K. of de weergaloze verfilming The Trial van Orson Welles.

I am each old man here shot dead.
I am every child here shot dead.
Nothing in me shall ever forget!

En toch weet Sjostakovich te eindigen met een glimp ochtendgloren. Dan zwijgen de stemmen en klinkt er alleen nog muziek. Na zo'n duistere nacht laat hij hoop klinken. Hoop waarop weet ik niet, maar ontroerend is het wel.