Patricia de Martelaere omschrijft het mooi in een voetnoot. Het taoïsme munt uit in paradoxen die soms goedkoop lijken en kunnen irriteren.

In gesprekken met taoïsten en boeddhisten ben ik daar meermalen op gestuit. Wanneer ik enige vorm van twijfel of kritiek laat horen komt er of één of andere zogenaamde diepzinnige opmerking of een hautain zwijgen (waarbij dat zwijgen natuurlijk ook wijst op veel wijsheid). Misschien geldt het voor elke religie, dat de gelovige altijd pal achter zijn overtuiging gaat staan. Op zich is daar niets mis mee, maar het blokkeert zo vaak een gesprek erover.

Ik probeer erachter te komen waarom iemand voor een overtuiging kiest. Of een overtuiging waar is of niet, dat zal me worst wezen. Maar wat is de persoonlijke motivatie, hoe komt iemand ertoe, dat is wat me boeit. Defensief gedrag of misplaatste geheimzinnigheid staat zo'n gesprek vaak in de weg. Ik heb dan, net als bij de Jehova-getuige aan de deur, de neiging om door te verwijzen: ik weet waar u naartoe wilt, maar gebruik uw tijd maar beter, gaat u vooral naar de buren, die kunnen wel wat illusies gebruiken.

De hamvraag is: kies je voor de ware wereld achter de zintuigelijke wereld of niet? Wezenlijk zijn alle religies platoons. Nietzsches opmerking dat het christelijke geloof platonisme voor het volk is, is niet alleen maar een aardige parodie op een uitspraak van Marx. Nietzsche heeft daar een punt. Maar hetzelfde geldt voor de aziatische religies, al willen die nogal eens beweren dat er geen onderscheid is tussen de ware wereld en de zintuigelijke wereld. Waarom dan die behoefte aan een werkelijkheid achter de werkelijkheid? Waarom toch die behoefte?

Dan komt vaak het punt in het gesprek dat de gelovige mij geïrriteerd begint te ondervragen. Waarom ik me dan zo verdiep in de religies? Ik zou toch immers ook zoekende zijn? Ik koketteer toch ook met allerlei religieuze uitspraken en afbeeldingen? Waarom zou ik die stap niet verder durven zetten? Als ik dan toch al zo bezig ben met taoïsme en boeddhisme, waarom dan geen meester zoeken, me aansluiten bij een groep om te mediteren? Enz. enz.

Omdat ik religie en haar uitingsvormen net zo ervaar als mooie muziek, een mooi gedicht of een geweldig schilderij. Het zegt meer over mijn beleving dan over de waarheidsgehalte van het kunstwerk. Ware muziek? Ooit het onderscheid willen maken tussen een ware portemonnee of een portemonnee? Nee, werkelijk, het hele idee van een ware werkelijkheid achter de werkelijkheid is prachtig absurd.

Religie kan kunst zijn. Net als muziek en andere kunstvormen ontspruit het aan het menselijke brein, het heeft niets met waarheid te maken. Het kan prachtig zijn en ontroerend, het kan me raken en bewegen, de illusie kan een troost zijn, maar voor het raadsel dat het leven is, is het voor mij geen oplossing. Het maakt het raadsel alleen maar groter en dat is op zich wel weer een verdienste. Maar of ik nu enthousiast doe over een taoïstisch verhaal of over een pianosonate van Beethoven, dát komt op hetzelfde neer.