Mijn vrouw heeft een andere auto gekocht. Nou ja, natuurlijk hebben we een andere auto gekocht, maar mijn vrouw heeft er tijd en energie in gestoken. Zij ging (met een goede vriend) de dealers langs, bestudeerde de folders (o, ik haat folders!), zocht websites op ... Uiteindelijk kwam er dan een kandidaat uit en toen ben ik meegeweest, samen met een neef van mijn vrouw die professioneel veel van auto's weet.

Met twee kinderen was onze huidige auto aan de krappe kant. De kleinste neemt altijd de meeste zooi mee: buggy, campingbedje, elke ouder weet wel wat ik bedoel. Onze oudste begint daarnaast een grote knul te worden en de beenruimte was al een tijd niet optimaal meer.

Mijn vrouw was gestuit op de Mazda 5, gezinsauto van het jaar (een typering die natuurlijk al de nodige scepsis boven bracht). Na een aantal keren in het showroommodel te hebben gezeten, er een paar keer omheen gelopen te hebben, kon ik tot geen andere conclusie komen: droomauto, maar niet handig in onze straat. Voor deze auto dient men een garage met oprijlaan te hebben en niet zo'n straatje waarin wij wonen. Daarnaast was ik bang dat zo'n luxe bak wel wat veel aandacht zou trekken in onze wijk en er mede daardoor niet geheel ongeschonden vanaf zou brengen. Als we al een parkeerplek voor deze grote auto zouden kunnen vinden.

Terwijl ik deze conclusies trok en ze aan de sympathieke verkoper vertelde, had neef mijn vrouw al gewezen op een wat kleiner model die daar tweedehands te koop stond. In korte tijd zag de verkoper – die toch al moeite had om de verhoudingen te plaatsen: twee mannen, twee kinderen en een vrouw; en was die vrouw vorige keer ook al niet met een andere man langs geweest? – zijn hoop om een gloednieuwe Mazda 5 te verkopen vervliegen. Hij nam het sportief op. Voor afgelopen zaterdag werd een afspraak gemaakt voor een proefrit.

De auto is goedgekeurd en de handtekening is gezet. Neef had tijdens de proefrit bij een bezinestation nog even naar de motor en de onderkant van de auto gekeken en geconcludeerd dat we ons geen zorgen over de aankoop behoefden te maken. Helaas kregen we wat minder inruil terug voor onze huidige auto dan we gehoopt hadden: teveel beschadigingen aan de buitenkant (met name natuurlijk die schaafplek rechtsachter: ik was een keer vergeten bij het inparkeren dat er een lantaarnpaal op de stoep stond).

Vreemd genoeg zit me toch iets dwars. Ik heb niets met auto's. Een auto is voor mij een machine die me van a naar b brengt. Sommige doen dat aangenamer dan andere, maar last van romantische gevoelens jegens auto's heb ik niet. Autobladen of foto's van auto's met zogenaamde aantrekkelijke vrouwen erop, wekken slechts mijn lachlust en sarcasme. Maar toch heb ik het gevoel dat ons huidige autootje een groot onrecht wordt aangedaan. Dat we hem na jaren van trouwe dienst zomaar inruilen voor een tweedehands, saaiere Mazda. Wat heeft die auto wat ik niet heb?!, riep hij me vanochtend nog achterna terwijl ik op de fiets van huis vertrok. Heb ik je niet met heel veel geduld je eerste ritjes laten maken toen je net je rijbewijs had? Hoe is het mogelijk dat zo'n blikken voorwerp toch ergens een persoonlijkheidje is geworden, deel van het gezin bijna?

Nee, dat kan toch niet! Het is niet de auto zelf, maar de herinneringen die aan dat ding vastkleven. De luxe die we ervaarden toen we het kochten, want het was onze eerste auto. De vakanties en uitstapjes die we ermee gemaakt hebben. En inderdaad: mijn eerste gestuntel toen ik net mijn rijbewijs had. Later zullen we wellicht tegen elkaar zeggen: o ja, dat was toen, en toen hadden we nog die groene Suzuki Ignis, onze eerste auto.

Binnenkort ruilen we hem in, de herinneringen blijven.