Voor het strandpaviljoen was een mooie plek met schaduw. Ik kon goed zitten tegen één van de palen. In de verte trotseerde mijn oudste zoon de branding. Het is vloed.

Ik sla het boek Gezel in marmer van Anjet Daanje open en begin te lezen. Halverwege bladzijde 379 lees ik: Ze gaan in het zand zitten, Bibi met haar rug tegen een strandpaal. Ik glimlach en kijk op. Met sommige boeken klikt het gewoon goed. Oudste zoon komt de schep halen om te gaan graven aan de vloedlijn.

Terwijl hij terugloopt naar het water bedenk ik me opnieuw hoe bijzonder het is. Hoe vaak heb ik mezelf niet gezien op de foto's van strandvakanties: ik, ongeveer dezelfde leeftijd, gravend aan de vloedlijn, hetzelfde strand.

Eerder zijn we naar het westen van het eiland gefietst, 't Posthuys voorbij. We zijn er een andere vakantie ook geweest. Boven op de duinen kunnen we de militaire vliegtuigen zien oefenen. Hoe prachtig het is om ze te zien aanvliegen (omhoog, een duik naar beneden, om vlak boven het oefenterrein het toestel weer omhoog te trekken), toch blijft de wrange bijgedachte dat ze oefenen voor oorlogsituaties, misschien zelfs wel voor Uruzgan.

Ook hier komen de herinneringen boven aan een vroegere vakantie. Mijn vader werkte op vliegbasis Leeuwarden en had geregeld dat ik een keer mee mocht naar de verkeerstoren op het oefenterrein De Vliehors. Toen vond ik het leger nog stoer. Mijn vader herinnert zich dat ik het niet leuk vond om de vliegtuigen zo laag met zoveel lawaai over te horen komen. Ik herinner me de afgeschreven tanks in het zand en de nepbommen die afgegooid werden.

Ik lees verder in het boek van Daanje. Het zal die dag nog uitkomen, veel te vroeg in de vakantie, want meer boeken heb ik niet meegenomen.

Twee jongens en een meisje gaan bij de volgende paal van het strandpaviljoen zitten. Ze hebben tot mijn niet geringe afgrijzen een radio bij zich. De radio gaat aan, gelukkig niet erg hard. Als ze echter gaan zwemmen kan ik het niet laten: "Euh, neem me niet kwalijk ... maar als jullie weggaan, mag de radio dan uit? Ik vind het ruisen van de zee zo mooi!" Terwijl het meisje in het Engels aan de jongens mijn verzoek uitlegt doet ze het ding zonder mopperen uit.

Ik sluit mijn ogen, ik ben weer op mijn eiland.