Niemsz schreef gisteren een log waarmee ik alleen maar volmondig kan instemmen. Eerlijk gezegd ook wel makkelijk: ik heb geen mp3-speler of iPod, zelfs geen dvd-speler (nou ja, sinds kort één in bruikleen, maar de gelegenheid om het ding te gebruiken is er niet). Ook heb ik geen verzameling muziek op mijn pc, helemaal niets. Soms stuit ik wel eens op jongetjes en meisjes die mij vol trots vertellen hoeveel muziek ze wel niet op hun pc hebben. Zonder ervoor te betalen natuurlijk. Het heeft weinig met muziek te maken, maar alles met bezit en status. En inflatie. Liever betaal ik netjes voor drie cd's die ik onsterfelijk mooi vind, dan dat ik maar naar muziek luister louter omdat het gratis voor handen is en dat gratis is dan eigenlijk de enige 'charme'. Internet als De Bijenkorf die uitverkoop houdt en waar tientallen huisvrouwen zich vechtend op de bakken met aanbiedingen storten.

Digitalisering heeft nut als archivering. Internet is een communicatiemiddel en heeft daarnaast een encyclopedische waarde. Wil men iets weten, iets zien of iets horen, dan kan men dat meestal op internet wel vinden. Wil ik me verdiepen in kunstgeschiedenis, ik hoef niet alle musea meer langs om de schilderijen te zien. Soms kan men op internet zelfs inzoomen op een detail van een kunstwerk. Het scheelt veel tijd en reizen.

Toch gaat er niets boven het bekijken van het origineel. Een muzikale ervaring in een koncertzaal is een andere dan het beluisteren van een cd terwijl men de afwas doet. Eén sublieme uitvoering van de Vijfde Symfonie van Beethoven koesteren op cd, deze honderden keren beluisteren, maakt dat de Symfonie niet meer van Beethoven is, maar van de Wiener Symphoniker en Nikolaus Harnoncourt.

Ik herinner me in dit verband een gesprek met professor Elders. Hij doceerde Oude Muziek in mijn studietijd; hij is ondertussen helaas overleden. We waren met een aantal studenten naar een koncert in het Concertgebouw geweest (Vijfde Symfonie van Anton Bruckner met de dirigent Eugen Jochum) en na afloop in een kroeg vroeg ik hem naar het verschil tussen de studenten muziekwetenschappen uit zijn studietijd en de huidige studenten. Hij antwoordde onder andere dat de hedendaagse student de muziek niet meer van binnenuit kent. Elke student kent de Symfonieën van Beethoven van cd-opnamen in tientallen uitvoeringen, maar niemand gaat meer met een piano-uittreksel achter de piano zitten om die symfonie door te spelen. Hij had vroeger geen keus. Wilde je muziek leren kennen dan kocht je met bijeengespaarde centjes wat bladmuziek en ging je thuis achter de piano een nieuwe wereld van muziek leren kennen. Bij een koncert hoorde je dan meestal muziek die je nooit eerder had gehoord, dat was altijd spannend en nieuw.

Professor Elders had gelijk. Nooit had ik de Hohe Messe, de Mattheus Passion en de Johannes-Passion beter leren kennen dan door ze zelf mee te zingen in een koor. Al is het lang geleden, nog steeds meen ik elk muzikaal detail te horen door de vele orkest- en koorrepetities. Dat was me met luisteren naar cd's nooit gelukt.

Op zolder liggen nog vuistdikke partituren van de opera's van Wagner. Ooit had ik die zware boekwerken op schoot als ik weer zo'n stuk wilde beluisteren. Ook op die wijze ontdekte ik muziek die ik zonder meelezen nooit had ontdekt. Muziek vindt plaats van binnenuit, de cd is altijd slechts buitenkant.

Digitaliseren en toegankelijk maken op internet is geweldig. Onderzoek heeft uitgewezen dat er aan de toename van mogelijkheden en keuzen een kritische grens zit. Een mens wordt niet gelukkiger als hij kan kiezen uit twintig verschillende merken boter op het brood in plaats van drie of vijf. Zo is het ook met de toename van mogelijkheden om muziek te downloaden en om jezelf te informeren. Liever lees ik geregeld een goede krant en zo nu en dan een goed opinieblad, dan dat ik me elke dag laat vollopen met de gratis pulp van Metro en Spits. Dat ik de ongekende rijkdom bezit om over zoveel informatie op het internet te beschikken wil nog niet zeggen dat ik er ook gebruik van moet maken. Ik hoef niet alles te lezen, ik hoef niet alle hippe muziek te bezitten, ik hoef niet alle films van Bergman binnen handbereik te hebben, ik hoef niet alle schilderijen van Rembrandt digitaal in een mapje binnen muisbereik te hebben. Dát verrijkt niet, dat is armoede. Maar wanneer ik dat ene schilderij van Vilhelm Hammershøi eens wil zien, dan kan ik er even aan ruiken op mijn beeldschermpje.