Beeldschermpjes. Overal beeldschermpjes. Beeldschermpjes in de tijdschriftenwinkel tussen de bladen en de boeken. Beeldschermpjes als je in de rij staat voor de kassa in een groot warenhuis. Gigantische beeldschermen op het station en het overdekte winkelcentrum. Niet één, niet twee, nee, drie beeldschermen. Overal beeldschermpjes. In de tram, op het postkantoor, in de kledingzaak, waar je ook kijkt: beeldschermpjes. Straks ook in de beeldschermloze oase, de trein. Fijn, beeldschermpje in je treincoupé, je zou het nondeju eens kunnen missen!

En wat zien we op die godvergeten beeldschermpjes? Beurskoersen (u weet wel, die pagina's die u altijd overslaat in de krant ... ach, u leest geen krant meer?). Reclame, reclame, reclame (u weet wel, die reclame waar u zich zo aan stoort op televisie en in tijdschriften en wellicht ook in de krant ... als u een krant leest). O ja, soms een beetje nieuws, maar niet teveel, want anders is er niet genoeg ruimte voor ... jawel ... reclame.

Want, laten we eerlijk zijn, daar zitten we met z'n allen op te wachten: nog meer reclame in de openbare ruimte. Overal reclame. Waar u ook kijkt: beeldschermpjes en reclame. Want stelt u zich toch eens voor: waar zouden we zijn zonder beeldschermpjes en reclame. Wat zouden we toch moeten zonder beeldschermpjes en reclame?

Jaja, het produkt moet te zien zijn. U hoeft het niet bewust te zien, een fractie van een seconde is genoeg om het in uw onderbewuste op te slaan. Als u het nu maar vaak genoeg ziet (via beeldschermpjes, u weet wel, het onderwerp van dit logje), dan gaat het lekker vast zitten in uw hersens en dan koopt u wellicht dat produkt nog eens een keer. Dat kan alleen maar als er overal beeldschermpjes met reclame zijn. Dus is het goed, al die beeldschermpjes en reclame. Goed voor de economie en dus goed voor u. Zeggen ze.

Beeldschermpjes en reclame.

Hersenspoeling.

Fuck de liberale markteconomie.