Dat voetgangers en fietsers in Nederland het rode stoplicht zolangzamerhand meer zien als een vriendelijke suggestie dan als een gebod om geduld te betrachten, dat ben ik wel gewend. Dat automobilisten zich in toenemende ook niets meer aantrekken van een rood stoplicht, daar kan ik maar moeilijk aan wennen. Toch houd ik daar al rekening mee. Gelukkig maar, want het had goed mis kunnen gaan gisteravond.

Ik zag dat het licht op groen stond voor de doorgaande weg waarop ik mij bevond. Misschien was het ook mijn redding dat de weg door werkzaamheden na de kruising een slalom naar rechts maakte. Terwijl ik gas terugnam zag ik vanuit mijn ooghoeken een wit busje in volle vaart van links komen. Die moest wel door rood gereden zijn. Had ik de toegestane vijftig kilometer gereden en niet opgelet, dan had ik wellicht hier nu niet gemakkelijk een logje geschreven.

Waar komt die onbeschaamdheid toch vandaan? Schamen mensen zich dan ook niet meer voor dit soort gevaarlijk gedrag? Is het de anti-autoritaire opvoeding? Is het ons teveel aan welvaart en gebrek aan welzijn?

Of komt het door onze open maatschappij met al zijn sociale diversiteit? In een kleine, besloten gemeenschap in het oerwoud heeft schaamte een functie. Heb je een misstap begaan, spreekt de groep je erop aan, dan kan schaamte een teken van schulderkenning zijn en een ritueel om de persoon weer in de gemeenschap te accepteren. Uitstoting uit een besloten gemeenschap kan dramatische gevolgen hebben voor een persoon.

Onze samenleving is allerminst gesloten. Hier leven vele groepen met verschillende normen en waarden naast elkaar. Het schaamtegevoel heeft nauwelijks nog een functie en de kans dat je aangesproken wordt op je gedrag is tamelijk klein en lijkt steeds kleiner te worden. Mensen houden liever hun mond, uit angst om klap voor je kop of een mes tussen je ribben te krijgen. Het maakt niet meer uit wat voor een gedrag je tentoonspreidt. Word je uitgekotst door de ene groep, dan word je wel liefdevol opgevangen door een andere groep geestverwanten (zie politiek).

U wacht altijd nog netjes voor het rode stoplicht? Toch?