Het regime van de tijd van J. Goudsblom is een geweldig boek. In grote lijnen weet hij in herldere stijl ontwikkelingen in de sociale geschiedenis van de mens inzichtelijk te maken. Daarbij laat hij veel ruimte aan de lezer om door zelf te redeneren mogelijke conclusies te trekken. Het leest alsof je in het begin van een artikel in een gedachtengang stapt en dat je aan het eind van het artikel – dat soms onverwacht komt – de gedachtengang zelf zou kunnen vervolgen. Geen wollig taalgebruik, geen onnodig jargon. Hier wordt met plezier over een vakgebied vertelt met aan de ene kant wetenschappelijke distantie, maar met aan de andere kant een persoonlijke visie op de achtergrond.

Mijn benadering is sociogenetisch. Ik beschouw maatschappelijke instituties als voortgekomen uit sociale processen, uit pogingen van mensen om oplossingen te vinden voor problemen waar het samenleven het voor stelde. Pas in laatste instantie wil ik een beroep doen op veronderstellingen omtrent de eeuwige onveranderlijke menselijke natuur; eerst stel ik de vraag hoe de dingen zo zijn geworden als ze zijn – of althans zich aan ons voordoen.

Deze benadering maakt dat zijn onderwerpen altijd herkenbaar zijn in het dagelijkse leven. Zoals het artikel De verleiding van het teveel. De milieuproblematiek als een beschavingsprobleem. Hierin speelt onder andere de vraag hoe het toch komt dat juist de mens zich zo te buiten gaat op deze planeet en waarom niet juist dieren. Ik ga zijn gedachtengangen hier niet herhalen – daarvoor moet u het boek maar lezen – maar soms komt hij ineens tot prachtige onverwachte terzijdes, schijnbaar onbelangrijke zaken die mooi als illustratie fungeren en voor iedereen herkenbaar zijn.

Op kleine schaal zijn de meeste inwoners van een rijk land als Nederland bereid om dagelijks slag te leveren tegen de vervuiling. Zij wassen zichzelf, hun kleren en hun huis dat het een lust is. De wens om netjes voor de dag te komen leeft nog volop. Uiteraard speelt de behoefte om maatschappelijk niet beneden de maat te blijven daarin een rol. De stank van armoede en onverzorgdheid is moeilijk te verdragen – voor anderen en daarom vaak nog des te meer voor wie hem zelf verspreidt. Wie onder de douche staat zal meestal niet in de eerste plaats aan zijn sociale status denken; toch kunnen we ons afvragen welke behoeften er het meest worden gediend met douchen, zeker als dit meerdere malen per dag gebeurt – fysiologische of sociale.

J. Goudsblom Het regime van de tijd, 67, 49

Het geestige aan dit fragment komt natuurlijk voort uit het grappige beeld in het begin, het dagelijks slag leveren van de Nederlanders dat het een lust is. Ondertussen worden we aan het denken gezet door de simpele zinsnede toch kunnen we ons afvragen. Goudsblom geeft geen antwoord, dat moet een ieder maar voor zichzelf doen.