Zomergast Henkjan Smits had het maar steeds over authenticiteit en puurheid. Dat zijn van die woorden die, als je ze teveel gebruikt, gaan jeuken. Hij probeerde natuurlijk te tonen wat hij bedoelde, maar enigszins onbevredigend bleef het wel. Ik zie uiteindelijk niet in waarom Maxima authentieker zou zijn dan het theater van Sylvie Meis. Ook domheid, platheid, gekunsteldheid, glamour, noem maar op, kan in al zijn weerzinwekkendheid authentiek zijn.

Het is dat de heren Smits en Luyendijk aardig converseerden en aardige fragmenten vertoonden, al haakte ik bij Patty Brard resoluut af. Ik kan slecht tegen hysterie, of het nu authentiek is of niet.

Op de vraag wat die authenticiteit en puurheid dan is, kwam eigenlijk slechts het antwoord dat je dat moet voelen. Een soort intuïtie ofzo. Smits kwam uiteindelijk ook niet veel verder dan zich te beroepen op zijn kippenvel. Soms ging Smits zo ver in zijn gepassioneerdheid, maakte hij zulke grote ogen, dat ik bang was dat ze eruit zouden rollen.

Een groter contrast met de zomergast van vorige week, Ad Verbrugge, was niet denkbaar. Deze was voortdurend bezig met redeneren en het construeren van zinnen. Hij had dan ook wél wat te vertellen. Op de humor van Luyendijk ging hij niet in, hij bleef serieus en ernstig. Wat de filosoof Verbrugge soms te weinig had, dat had Smits veel te veel. Liever had ik gezien dat Smits wat minder authentiek was geweest.