En dan sta ik zomaar ineens voor de openstaande tuindeuren met mijn kleine jongen op de arm. Kijk, wijs ik, luchtballonnen. Hij ziet ze, strekt z'n armpjes uit en laat een grote lach op zijn gezicht verschijnen. En dan hoor ik mezelf in zijn oor fluisteren: Nooit vergeten, jongen, dat het leven heel mooi kan zijn.