Als ik mij ergens kwaad over kan maken, is het wel mildheid en welwillendheid. De literatuur is te belangrijk om als een onschuldig kwajochie te worden vertroeteld. Ach, kijk nou eens, lief literatuurtje, poelepoelepoele, doe eens van schrijven, knappe jongen. Het is een dondersteentje, maar hij bedoelt het niet zo kwaad. Há lief literatuurtje van me? Dat moet ophouden. De literatuur is te belangrijk om prutsers en onbenullen in haar midden te gedogen onder het mom van een genuanceerd oordeel. De recensenten zouden zulke schaamteloze nepauteurs de tempel uit moeten schoppen in plaats van hen vertederd over het bolletje te aaien. Dat moet ophouden, dat geaai over bolletjes. Ik wil vanaf nu alleen nog maar lezen waar het op staat. Een meesterwerk wordt niet elke week geschreven, dus doe dan ook niet net alsof dat wel zo is. De overgrote meerderheid van de romanciers kan helemaal niet schrijven, dus doe dan ook niet alsof dat wel zo is. Over de kling ermee. De beuk erin. Bloed moet vloeien.

Ilja Leonard Pfeijffer Kijk uit voor mijn Joego's
In: NRC Handelsblad. Boeken 29.9.2006, 31