Het was toch zeven kilometer lopen van het dorp naar 't Posthuys. Lekker tegen de wind in, genieten van het uitzicht op de Waddenzee. 't Posthuys was een teleurstelling, in onze herinnering was het mooier. Het interieur was helemaal opgeknapt, donkerbruin en metallic, kitscherig, wachtend op een doelgroep waartoe wij niet behoren. Dus bleven we niet lang, staken de duinen door om via het Noordzeestrand, de wind in de rug, weer de vele kilometers terug te lopen.

Het is zo mooi. De duinen rechts, het strand voor ons waar de wind het zand laat vliegen en de bulderende zee links. En: de horizon, de horizon die ik zo vreselijk mis hier in de godvergeten Randstad. Maar daar, de leegte en de ruimte, geweldig! Ook het besef dat het al eeuwen zo doorgaat. Altijd maar de zee, gevend en nemend. De vogels in de lucht en op het strand. De mens kan van alles verzinnen, kan zich druk maken over economie, over literatuur, over stemvee, over domme bekende Nederlanders, maar de zee gaat stoïcijns door. De zee denkt niet, heeft geen reden, weet ook niet waarom, maar is gewoon zee, daar kan zij niets aan doen. Dat besef, de banaliteit van alle menselijke poeha, dat heb ik zo nu en dan weer even nodig.

Later, wanneer we lunchen in het strandpaviljoen, zie ik ze zitten. Ze hebben de zaterdageditie van De Volkskrant gekocht, verdelen het onder elkaar, en gaan met studerende belangwekkende gezichten in de krant lezen, zo nu en dan het hoofd ophouden om te luisteren naar een belangwekkende mededeling van de ander en dan cynisch lachen. Jaja, wij begrijpen de wereld achter een bak koffie. De zee lijken zij niet te zien. De zee, mooier dan welk kunstwerk ook, niet te vinden in een museum.

Terug in ons hotel Zeezicht gaan we naar onze kamer, de mooiste van het hotel, want het mooiste uitzicht op de Waddenzee. Vitrages en gordijnen aan de kant en kijken, turen. Dan gelouterd een boek pakken en lezen – ik ben ook maar een mens – en ik lees:

Vaak gaat het om woorden van wind en water, hier zogezegd ingedijkt en drooggelegd door het Latijn. Dat geldt al voor het alleroudste (pre-)Nederlandse woord: het hoogst toepasselijke wada of wad voor een doorwaadbare plaats. Het is als Germaans woord zo vroeg als anno 107 bij Tacitus te vinden, waar deze het Romeinse leger apud Vadam (in casu bij Wadenoijen) de rivier laat oversteken. Daarmee is wad de eerste in een stroom van vroege Nederlandse waterwoorden. (blz. 48)

Nee, ik heb geen kerk, tempel of moskee nodig voor religieuze gevoelens. Ook geen boek of dominee. Het is de wetenschap dat door alle menselijke cultuur heen er iets is dat blijft, geen boodschap heeft aan de menselijke activiteiten, er geen oordeel over heeft, er niet wakker van ligt, geduldig voortgaat en in het voortgaan ook stilstaat, niet maalt om Balkenende en Bos, niet maalt om de Taliban en terrorisme, niet maalt om gratis kinderopvang of de hypotheekrenteaftrek. Het is ook wat ik wil vinden in kunst: de vingerwijzing naar dat onbenoembare, maar altijd aanwezige. Het is geen god, geen leegte, geen natuur, het    . Misschien is het een beperkte opvatting van kunst, zo u wilt, maar het is voor mij een omgaan met religieuze gevoelens. Ik lees verder:

Het was een harde wereld, dicht bij de natuur, grotendeels in het teken van sappelen in kleine bedoeninkjes. Een beetje landbouw, veeteelt, visvangst, leven in weer en wind en volgens de seizoenen; waarin men pas ging zaaien als de maanstand ernaar was, trekvogels herkende aan hun vlucht, geen tandarts nodig had maar wel een goede smid, wist dat er storm op til was als de meeuwen op het land zaten, opstond bij het krieken van de dag en als het donker werd ging slapen.

Frits van Oostrom Stemmen op schrift, 50

Ik had nog geen zin om naar mijn werk te gaan vandaag en er nog een dag verlof aan vastgeplakt. De angst om het weer kwijt te raken in het verkeer, in de trein tussen al die andere mensen, achter het bureau mijn verplichtingen weer uitvoerend. Ik wil het nog even vasthouden en hopen dat het niet weer achter de horizon verdwijnt; dat de horizon zelf niet verdwijnt.

Morgen weer. Het gevecht.