Wie in het centrum van Amsterdam werkt, komt op straat of in de boekhandel wel eens een bekend persoon tegen. Zo heb ik wel eens goedemiddag meneer De Bie willen roepen of meneer Rottenberg zijn hand willen schudden of meneer Barend sarcastisch willen uitlachen. Maar dat doe ik natuurlijk allemaal niet, want ik ben daarvoor veel te verlegen en bovendien zijn het ook maar mensen die hun rust willen hebben.

Onlangs stuitte ik in boekhandel Athenaeum op Bas Heijne. Ik lees zijn columns in het NRC Handelsblad met bewondering. Ik deel zijn opvattingen niet altijd, maar hij schrijft uitstekend en zijn gedachten zijn altijd prikkelend. Soms betrap ik mezelf wel eens op het citeren van een zinsnede. Ik was eens betrokken bij een politieke discussie en één van de deelnemers begon het vertrouwde riedeltje over De Verlichting, over hoeveel heil en weldenkendheid dat ons wel niet gebracht heeft en dat vreemde volken en godsdiensten daar ook maar eens vertrouwd mee zouden moeten geraken. Ik hoorde mezelf reageren met ach ja, De Verlichting, alsof je daar zomaar een abonnement op kunt nemen!. De betreffende passage uit de column van Heijne kwam ik later weer in mijn aantekeningenboek tegen: De verdiensten van onze beschaving moeten in marmer gebeiteld worden, over de Verlichting wordt gesproken alsof je er een abonnement op kunt nemen. Nu stond de schrijver van deze woorden daar zomaar op de afdeling filosofie, in gesprek met een andere, erudiet heerschap. Ik onderdrukte mijn aandrang om Heijne te complimenteren. Ik wilde hem niet storen in zijn gesprek en ach, ik zou niet uit mijn woorden komen.

Gistermiddag was ik even in boekhandel Scheltema, wederom op de afdeling filosofie. In één van de kunststoffen fauteuils zat iemand die ik herkende. Afgelopen zondag zag ik hem bij de Boeddhistische Omroep Stichting nog André van der Braak interviewen: Jan Bor. Met hem heb ik als het ware nog een appeltje te schillen wat betreft zijn boek Op de grens van het denken. Meneer Bor zat zeer verdiept te bladeren in een boek en terwijl ik voor hem langs liep, de woorden wat een beroerd boek heeft u geschreven voor op mijn tong, keek hij even op, zag wellicht mijn norse uitdrukking en las snel verder in zijn lectuur. Ik slikte de woorden in en ging weer terug naar mijn werk.

Nee, ik heb daar niet de moed voor om bekende personen zomaar aan te spreken. Wat heeft het voor zin om Rik Hoogendoorn (de Rik uit Sesamstraat) toe te roepen hé, de groetjes aan Tommie en Ieniemienie! Tegelijk besef ik hoe heerlijk het is om gewoon anoniem te zijn. Geen gezeur aan mijn hoofd van allerlei onbekenden die ook een mening hebben. En dat vind ik ook wel weer aardig aan het webloggen: je kunt ongemerkt iemand voorbij lopen, terwijl je dagelijks zijn of haar stukjes leest!