Met behulp van de definitie van Vogelaar kunnen we zeggen dat 'zwijgen' alles is wat binnen een tekst gebeurt, en 'stilte' wat aan een tekst voorafgaat. Ook als de tekst af is, kan de stilte weer vallen. Vertaald naar het typografisch wit kan het wit aan het begin en einde van het gedicht een dus 'stilte' zijn, en lijkt het wit binnen in het gedicht, bijvoorbeeld tussen twee strofes, eerder een 'zwijgen'.

Yra van Dijk Leegte, leegte die ademt, 32