Een herinnering aan Taizé uit vervlogen dagen die de laatste tijd nogal eens bij mij opkomt. Ik zie mezelf zitten, daar, naast de kerk. Vanwege de zomerse warmte staan de deuren open en komt het typische gezang van Taizé naar buiten. Het moet één van mijn laatste bezoeken geweest zijn aan Taizé. Ik begon me steeds meer te onttrekken aan de dagelijkse routine, waar het driemaal daags de kerk bezoeken bijhoorde.

De kerkdiensten zijn nauwelijks vergelijkbaar met de protestantse diensten die nog doorgaans in Nederland worden gehouden. In Taizé zijn bijna geen banken, iedereen zit op de grond. Er wordt veel gezongen, er is een lezing uit de Bijbel, er is stilte en er zijn gebeden. Ik vond het altijd mooi en inspirerend en ik keek altijd uit naar die diensten. Wat was er veranderd?

Over mijn vierde en vijfde bezoek aan Taizé vind ik weinig terug in mijn dagboeken. Toch vind ik kleine aanwijzingen dat er iets aan het veranderen is. Op 12 juli 1988 schrijf ik onder andere (met slordige taalfouten): Zo kunnen de kerkdienst mij niet meer zo bekoren als in voorgaande jaren. Ook vorig jaar werd het al minder. Het is jammer, maar ik denk, dat ik nuchterder tegen alles hier aankijk. Ik weet eigenlijk niet of ik het hier wel echt naar mijn zin heb. Ik heb het gevoel, dat ik erin loop te berusten dat ik hier ben. Waar zijn de mooie jaren gebleven? Waren die wel zo mooi? De volgende dag ben ik alweer wat positiever, maar een dag later staat er meteen: Ik ben minder gevoelig voor de sfeer in Taizé geworden. Nog een dag later, vrijdag, schrijf ik alleen nog maar de titelgegevens van een boek op: Benjamin Hoff Tao van Poeh. Ik had iemand ontmoet die dat boek las.

Een jaar later, het laatste jaar, ga ik niet meer met een groep, maar ben ik met een vriend liftend naar Taizé gegaan. Daardoor was ik meer op mezelf aangewezen en kon ik niet terugvallen op een groep. Op dinsdag 25 juli 1989 schrijf ik dan: De diensten kunnen me itt vorig jaar weer bekoren. Dan schrijf ik dagen niet meer. Ik heb leuk contact met een Italiaans meisje en geef schaakles aan een Spaanse, Marisol heet ze. Op vrijdag neem ik draad weer op: Gisteren heb ik geen enkele dienst meegemaakt in de kerk, bewust niet. IK begin me niet meer thuis te voelen in al dit christengedoe. Ik voelde me meer thuis naast de kerk onder de bomen liggend op een bankje. Voor mij is god eerder daar dan in die "massale schijnheiligheid". Desalniettemin, de week gaat snel en vanmiddag na het schaken ga ik alweer in stilte om een traditioneel bezoek aan Ameugny te brengen. Dat bezoek komt er niet van, ik geef weer schaakles aan Marisol. Schijnbaar ging het niet alleen over schaken: Ze verbaasde zich ontzettend over mijn ongelovigheid. Ik wil in mijzelf geloven en dan nog wel eens zien of er een God bestaat. In deze zin heeft er zich een hele verandering voltrokken deze week, een belangrijke verandering geloof ik.

Van alle gebeurtenissen die week, herinner ik me vooral nog dat bankje onder die boom naast de kerk. Daar moet het als het ware gebeurd zijn. Meestal zat ik daar te lezen in één van de boeken die ik altijd bij me had. De Tao van Poeh ongetwijfeld en vast ook een deel Nietzsche. Maar ook de Inleiding tot het Zen-Boeddhisme van D.T. Suzuki. Wellicht is het een sluipend proces geweest, dat bij elk bezoek aan Taizé sterker is geworden. Daarom zeg ik wel eens, dat ik het christelijke geloven heb afgeleerd in Taizé. Al die enthousiast jongeren, het werd voor mij elk jaar meer een maskerade. Ik hoorde niet meer in die kerk, de kerk was een gepasseerd station. Met weemoed, want sommige lezers onder u weten dat ik ook andere herinneringen koester aan die plaats. Het ging niet meer, er moest een beslissing genomen worden. Had ik teveel Nietzsche gelezen en begrepen? Had het lezen over het Taoïsme en het Zen-Boeddhisme bij mij het gevoel doen groeien, dat ik zonder god ook een religieus mens kon zijn. Met de wereld als kerk?

Marisol gaf me bij het afscheid een klein kaartje cadeau. Op de voorzijde staat een schilderij van Dali: Christus aan het kruis zweeft in de lucht boven een meer. Bootjes zijn aangemeerd, aan de kant staan mensen. Licht breekt door de donkere wolken. Achterop het kaartje heeft Marisol een tekst geschreven. Mijn Spaans is niet super en het handschrift moeilijk te lezen, maar ik denk dat er ongeveer het volgende staat: TAIZÉ JUL 89 // Para Jan Willem / con cariño. // Todos estamos namados (of vamados?) a andor / sobre el mar, como / Jesús. // Con cariño / MSol. Ik vond het kaartje uiteindelijk terug als boekenlegger in een deel Sämtliche Briefe van Nietzsche. Marisol had de hoop nog niet opgegeven.