Is het toeval dat ik me de laatste tijd steeds vaker groen en geel erger aan de oudere man? Het is moeilijk om er een leeftijd bij te zetten, want ik ken de leeftijd niet van de heren, maar ze zijn ouder dan ik. Ik kom ze tegen in het weblogwereldje en op een forum. Ze zijn het met me oneens, soms om een detail, soms om de strekking van mijn verhaal. Dat ze het met me oneens zijn is het probleem niet, het is de manier waarop. Even iemand op z'n plek zetten.

Of ben ik er wellicht overgevoelig voor geworden? Ik heb een ongelofelijke hekel aan paternalisme. Het feit dat in argumentatie leeftijd mee gaat spelen. Sommigen doen het open en bloot. Ze wijzen me er even op dat, toen zij nog jong waren, zij er ook zo over dachten, maar dat ze intussen wijzer zijn geworden. Of iemand die zonder blikken of blozen me inpepert, dat zijn zoons ook zo reageerden, maar intussen wel beter weten. Woedend word ik om zo'n toontje. Waar halen ze de arrogantie vandaan?

Of moet ik het als een compliment beschouwen dat iemand, die me slechts via tekst op een beeldscherm kent, me schijnbaar heel jong inschat? Sommigen zijn uiteindelijk verbaasd dat ik negenendertig ben, getrouwd en vader van twee zonen? Een enkeling bestempelt mij na het krijgen van die informatie als een hopeloos geval. Iemand die op zijn negenendertigste nog steeds idealistisch wil zijn, tsja, die kun je niet meer serieus nemen. En dat is het nu precies: het gevoel niet serieus genomen te worden, een sfeer te voelen van een soort meester-leerling verhouding. Ik ervaar het als kwetsend, het is een zeer zwakke plek bij mij.

Soms denk ik dat de relatie met mijn eigen vader meespeelt. Mijn vader en ik hebben een flink generatieconflict uitgevochten. We waren het uit principe altijd met elkaar oneens. We konden nooit met elkaar discussiëren zonder dat er een enorme spanning werd opgeroepen. Stemverheffing en ruzie lagen altijd om de hoek. Ik als jonge adolescent uit de generatie 1967 en hij als man die de oorlog nog had meegemaakt.

Maar ik ben mijn vader achteraf altijd dankbaar geweest. In onze eindeloze woordenstrijd heb ik geleerd te formuleren wat ik dacht en vond, het heeft me gevormd. Mijn vader nam me ook volstrekt serieus, ook al kwam hij ook wel eens met het leeftijdsargument. De strijd was ook oneerlijk, mijn vader was verbaal niet tegen mij opgewassen, ik praatte hem altijd onder de tafel en dat was voor hem heel moeilijk. Ondertussen zijn we een stuk verdraagzamer geworden en hebben we eerder een goed gesprek dat een woordenoorlog. We luisteren beter naar elkaar en we zijn het vaak ook eenvoudigweg eens.

De gestropdaste heren uit de babyboomgeneratie zijn echter mijn vader niet. Ik accepteer geen neerbuigend toontje, wat denken ze wel? Reageren ze soms hun eigen vaderlijke frustratie af op een ieder die een beetje jonger is?

Hoe dan ook, wat me hierbij doet lachen is, dat er elke keer ook een muzikaal fragment in mij boven komt. Elke keer als een dergelijk conflict opspeelt, zie ik een scene uit Siegfried van Wagner en hoor ik de muziek: Solang' ich lebe, stand mir ein Alter stets im Wege; (...). Het is de geweldige scene tussen de oude wijze Wanderer/Wotan en de jonge Siegfried, één van de vele muzikale hoogtepunten uit Der Ring des Nibelungen. Siegfried ergert zich kapot en met zijn zwaard slaat hij het symbool van Wotans macht, zijn speer, doormidden. Als toeschouwer voelt men onwillekeurig medelijden met Wanderer wanneer zijn laatste woorden zijn: Zieh hin! Ich kann dich niet halten!.