Ik geloof echter in de adel – als dat het juiste woord is, en als een democraat het in de mond mag nemen. Geen machtsadel, die berust op klasse en invloed, maar een adel van de gevoeligen, de voorkomenden en de dapperen. De leden van deze adel komen voor in alle landen en klassen, en in alle tijdperken, en er is een heimelijke verstandhouding tussen hen als ze elkaar ontmoeten. Ze vertegenwoordigen de ware menselijke traditie, de enige permanente overwinning van onze wonderlijke soort op de wreedheid en de chaos. Duizenden van hen sterven in onbekendheid, enkelen van hen zijn grote namen. Ze zijn gevoelig, zowel jegens anderen als voor zichzelf, ze zijn attent zonder bedillerig te zijn, hun dapperheid is geen stoerdoenerij, maar doorzettingsvermogen, en ze kunnen om zichzelf lachen.

Edward Morgan Forster Wat ik geloof
In: Nexus 46, 49