Dat de Nederlandse spreektaal verandert, dat is evident. Soms hoor ik mensen spreken en vraag ik me af waarom ze niet meteen de hele conversatie in het Engels voeren. Nee, weest u gerust, ik ga hier niet zeuren en kankeren op de verloedering van de taal. Langzaam maar zeker zal het Nederlands wel monosyllabisch worden net als vele Chinese talen, gezien het dagelijkse taalgebruik van velen.

Maar toch, hoe leg ik uit dat ik een ongekende mentale jeuk krijg als ik voortdurend om me heen het woord relaxed hoor? Is het omdat het net als vele andere stopwoorden te pas en te onpas wordt gebruikt? Of is het omdat het woord bij mij het tegenovergestelde effect heeft dan het woord inhoudelijk zou moeten doen?

Hoe dan ook, ik negeer het niet eens meer, dát zou nog teveel aandacht zijn. Maar er is één woord, een woord dat me altijd doet struikelen over een slecht liggende stoeptegel en me pontificaal voorover doet storten, een woord dat eruit springt als klankgeworden lelijkheid, een woord waar levenslange uitsluiting op zou moeten staan ... en dat is het woord – o gruwel en hel, ik ga het nu zelf opschrijven! – shoppen.