Bosch en Duin 1986-1989: intermezzo

Maandagavond. W. is naar een repetitie van haar band, de jongens liggen op bed. Ik zie het glinsteren van het sop op het afwaswater in het licht van de lamp. Nog even hoor ik het ruisen van de regen buiten, voordat uit de woonkamer de klanken van Quatuor Mosaïques komen. Schubert. Ik houd niet van strijkkwartetten, omdat ik de klank maar zelden mooi vind, maar dit ensemble heeft een prachtige en muzikale klank.

Terwijl mijn handen de bekers, de borden, de pannen, het bestek schoonmaken, gaan mijn gedachten bijna twintig jaar terug. Naar de tijd die volgt op het wordt vervolgd onderaan het log van 27 mei 2005. Ik eindigde met In de trein naar Utrecht werd ik overvallen door gevoelens die ik nog nooit in die mate had gevoeld. Toen pas begreep ik wat verliefdheid inhield. Ik moet verder met dat verhaal, dacht ik, terwijl ik een volgende beker in het druiprek zet, maar hoe? Wat voelde ik toen precies en hoe eerlijk waren die gevoelens? Die avond heeft zich vastgekoekt in mijn geheugen als één van de verdrietigste momenten in mijn leven.

Verdriet? Wanhoop? Wat was het nu precies?

Ik kan me een moment in die treinreis terughalen. Ik keek naar buiten en zag de lichten van Amsterdam voorbij gaan. Het besef maakte zich meester van mijn lichaam. Mijn lichaam schokte, het wilde huilen, maar ik wilde het niet, zomaar huilen in de trein. Ik zag mezelf in het raam en ik dacht: dit moment zal ik nooit vergeten. Ik ben het nooit vergeten.

De rest van de reis herinner ik me niet. De overstap op de trein naar Den Dolder. Het fietstochtje naar mijn studentenkamer in Bosch en Duin. De aankomst. Hoe leeg en betekenisloos moet alles geweest zijn. Hoe hebben mijn boeken, mijn bureau, mijn leesstoel, mijn bed in mijn kamer mij bij aankomst begroet? Of waren ze stiller dan ooit? Verliep de tijd trager dan ooit? Was het licht van de lamp lichter dan ooit? Hoe alert worden je zintuigen bij naderend gevaar en als je overmand wordt door gevoelens waar je geen raad mee weet? Hoe donker en zwijgzaam is dan het duister als je in bed ligt?

Wanneer ik de laatste pan op de stapel leg, constateer dat Rosamunde van Schubert ondertussen klinkt, neem ik het besluit om mijn dagboek van die tijd uit de zwarte doos klaar te leggen. Het moet vertelt, nog één keer. En hoe het daarna verder ging. Misschien kan ik dan definitief de deur van mijn studentenkamer in Bosch en Duin achter mij sluiten. Ja! Wordt vervolgd.