Bosch en Duin 1986-1989 II (10)

Op 30 mei 1988 ontving ik een brief van E. met een schrikwekkend verhaal. Hij had zijn ex-vriendin weer ontmoet en was daardoor in een diepe depressie geraakt. 's Nachts was hij zijn kamer onvlucht uit angst dat hij zichzelf wat zou aandoen. De treinen reden op dat tijdstip niet meer en toen had hij besloten om helemaal liftend van Leeuwarden naar Bosch en Duin te komen! Onderweg was hij ten einde raad gestrand in Kampen, alwaar hij hulp had gezocht bij een vriendin en daar werd hij goed opgevangen. Ik was diep onder de indruk van dit verhaal. Niet alleen maakte ik me zorgen om mijn vriend die zo ver weg in nood zat, ook was ik getroffen door dit teken van grote vriendschap.

P. keerde terug van een tournee in Italië met het USKO. Ik had zijn trouwe bezoeken en zijn nuchtere raad gemist. Maar juist in deze tijd zou ik zijn stabiele aanwezigheid steeds vaker moeten missen: hij was verliefd en daar zou hij veel tijd en energie in gaan steken. Haar naam scheelde precies één letter met H.

Het collegejaar liep ten einde en het was traditie dat er in de laatste weken voor de vakantie een Open Podium gehouden zou worden. Veel studenten volgden ook een opleiding aan het conservatorium en konden hun talenten laten horen op deze avond. Het idee om een compositie van mijzelf op die avond te laten klinken, begon langzaam maar zeker vorm te krijgen. Ik vertrouwde mijn eigen pianospel niet op een vleugel, daarom vroeg ik D. of hij het misschien wilde doen. Na enige aarzeling wilde hij het wel proberen en ik gaf hem een kopie van mijn zojuist voltooide, tweede deel van Taizé. Toen hij het een aantal dagen later voorspeelde was de ontluistering groot: hij had er helemaal niets van begrepen! Afgezien van enkele leesfouten door mijn handschrift, had hij het tempo veel te hoog genomen. Omstandig legde ik hem uit waar het stuk over ging. Over de aankomst op een plek waar meditatie en stilte belangrijk waren. Dat er in die stilte ruimte onstaat voor een verhaal, een confrontatie met je eigen gedachten, met jezelf. In mijn geval was dat mijn liefde voor H.. Het moest langzamer en heftiger, elke noot had betekenis en zonodig kon ik het hem uitleggen. D. ging helemaal mee in mijn enthousiasme.

Na twee maanden stilzwijgen kwam er ook weer een levensteken van H.. Ze had het druk met haar studie, maar ze was me niet vergeten. Ik was blij met de brief, gewoon blij. Ik had het ook druk, maar niet met mijn studie, al was dat absoluut noodzakelijk! Nee, terwijl H. zich druk maakte over tentamens en roddel en achterklap dat haar een reputatie in haar vriendekring had bezorgt (Ik ben een femme fatale, duik rücksichtslos met iedereen in bed, drijf mensen tot zelfmoord en heb al een heel spoor gebroken harten achtergelaten.) – bruiste en gistte het in mijn hoofd. De onmacht om mijn gevoelens naar H. te uitten, de bezorgheid om E., de dreigende ramp met mijn studie, de zelfgezochte spanning voor het Open Podium waar ik mijn stuk voor de leeuwen zou werpen, de angst P. te verliezen aan zijn nieuwe vriendin ... Het voelde alsof ik in een draaikolk zat zonder uitzicht op houvast. Ik vluchtte in lezen, lezen en lezen ... hele dagen lang. Een dag als de volgende zou de rest van mijn studie schering en inslag blijven.

Ik bracht de dag voornamelijk lezend, rokend, etend en drinkend door (...). "Doktor Faustus" is nog steeds mijn lectuur en waarschijnlijk zal ik niet aan iets anders beginnen, voordat ik dit boek uit heb. Het blijft een indrukwekkend werk van Thomas Mann, die alle bewondering verdiend. Zijn schrijven over "Musik und Philosophie" heb ik nauwelijks gelezen en dat wordt dus tijd.
Meteen nadat ik dit neergeschreven had, ben ik in het artikel "Niezsche's Philosophie im Lichte unserer Erfahrung" van Th. Mann gaan lezen. Na enige pagina's laat Mann een anecdote over Nietzsche's bezoek aan Keulen volgen, die ogenblikkelijk herinnert aan wedervaren van Adrian Leverkühn. In combinatie met de ziekten waaraan de beide personen leden, ga ik me afvragen in hoeverre Nietzsche voor Leverkühn model heeft gestaan. (dagboek 27 mei 1988)

Meer dan in het branden van kaarsjes en wierookstokjes, mediteren, lezen over karma, de planeten en de zoveelste buitenzintuigelijke dimensie, vond ik rust in de denkwerelden van anderen. Via Thomas Mann kwam ik weer terug bij Nietzsche. Ik voelde me thuis bij deze brievenschrijvende dolende filosoof. Op 1 juni schrijf ik, dat ik begonnen ben in Morgenröte.