Ineens was het idee bij mij opgekomen en dus ging ik naar zolder om de videoband te zoeken. Ik wist wel ongeveer waar het lag, ik maakte me alleen zorgen over de kwaliteit. We hadden het al zolang niet bekeken, wellicht zou de band het niet meer goed doen.

Dat viel alleszins mee. We gingen terug in de tijd, naar Spanje, vijftien jaar geleden. Een theater in Murcia, ergens in april, in de tijd van Pasen. De volgende dag zouden de processies door de stad gaan.

"Kijk daar zit ik", zegt mijn vrouw plotseling, "en kijk M. in het koor en M. achter de viola da gamba". Het feest der herkenning. Uiteindelijk vinden we mij ook, in het koor tussen de tenoren. W. was toen 19 en zat achter het klavecimbel, ik was 24 en stond in het koor. Ik zag haar wel, zij mij niet. Ik vond haar leuk, intrigerend, zij vond mij maar een sloom sukkeltje.

Zo zitten we toch nog op Goede Vrijdag naar de Mattheüs Passie te kijken en te luisteren. De kwaliteit van de uitvoering valt ons nog mee, in onze herinnering was het allemaal veel slechter. Verwonderd kijken we naar al die mensen die we gekend hebben, maar vooral ook naar onszelf. Zij achter het klavecimbel en hij in het koor, nog onwetend van de mogelijkheid dat we vijftien jaar later getrouwd voor de televisie zitten terug te kijken, terwijl onze jongens op bed liggen te slapen. Soms zou je terug willen naar toen om het aan jezelf te vertellen.