Ik had haar wel gezien, maar ik was verdiept in mijn lectuur. Het was toch al moeilijk om me te concentreren met die kwakende gansjes aan de andere kant van het gangpad. Vanuit mijn ooghoeken zag ik haar steeds kijken, naar mijn boek en dan weer naar mij. Ja, ik lees, dacht ik nog, is daar iets bijzonders aan? Er zijn zoveel mensen die nog lezen en vooral in de trein. Onverstoorbaar haal ik een aantekenboek en een pen uit mijn tas. Ik noteer: 19-4-2007 masturbatie en slechte ogen (653), slechts als een geheugensteuntje, want ik kan nooit wat terugvinden in boeken.

Pythagoras zegt dat ons zaad het schuim van ons beste bloed is. Volgens Plato is het de uitstroming van het merg uit de ruggegraat, en als argument daarvoor voert hij aan dat die plaats bij de geslachtsdaad het eerst vermoeid raakt; Alcmaeon zegt dat het een deel van de hersensubstantie is; en het bewijs daarvoor is, zegt hij, dat mensen die zich bij deze verrichting bovenmatig aftobben slechte ogen krijgen.

Michel de Montaigne Essays, 653

Wanneer de trein over de brug bij Utrecht gaat, is het voor mij tijd mijn spullen op te ruimen, ik moet zo uitstappen. Dan grijpt ze haar kans.

Meneer, weet u of deze trein in Driebergen-Zeist stopt.

Geheel naar waarheid antwoord ik: Geen idee, ik stap altijd in Utrecht uit.

O, gaat ze verder, ja, dan moet ik zo maar vanuit de deur naar de borden kijken. Ach, weet u, ik ben er zo gespannen van, dat ik er zelfs niet van kan lezen!

Dat snap ik niet, maar ik zeg: Dat begrijp ik....

Even is het stil. Dan komt het.

Ja, het brandt op mijn lippen om het u te zeggen, maar ik wil u vertellen dat ik nog in Frankrijk heb gezien in – hier noemt ze een onverstaanbare plaatsnaam – waar Montaigne woonde, waar hij schreef en het uitzicht vanachter zijn werkplekje....

Aha, onderbreek ik haar, ja, het is een bijzondere schrijver. Ik ben daar nooit geweest, maar het zal vast een belevenis geweest zijn. Ik sta op om uit te stappen en wens haar nog een goede reis verder. Ik maak dat ik wegkom.

Natuurlijk kijkt ze niet of de trein in Driebergen-Zeist stopt.

Terwijl ik naar huis fiets en me stoor aan het gedrag in het verkeer van anderen, vraag ik me af: zou Montaigne slechte ogen gehad hebben?