Toen zij na het overlijden van vader het ziekenhuis verlieten, heerste buiten nog de stilte van de vroege ochtend, de tijd van de metten. In die stilte begon een vogeltje te zingen, een magisch moment. Op het graf van mijn schoonouders staat nog steeds een beeld van een vogeltje, zingend, gevat in steen.

Dit zelfbewustzijn 'met open zinnen' kan in de volle natuur leiden tot het gevoel van een 'tijdelijke versmelting' met de omgeving. Lemaire noemt deze extatische, natuurmystieke ervaring een 'immanente transcendentie'. Zo'n ervaring kan worden opgeroepen door het gezang van een vogel: 'Een mooi zingende vogel kan ons vervullen met de volheid en eeuwigheid van het moment'. Ter illustratie haalt hij een bekende strofe van Rilke aan: 'Durch alle Wesen reicht der eine Raum: / Weltinnenraum. Die Vögel fliegen still / durch uns hindurch. O, der ich wachsen will, / ich seh hinaus, und in mir wächst der Baum.'
'Ik neem afstand van het zoeken naar een zin buiten de wereld', zegt Lemaire over zijn boek. 'Om het antropocentrisme te doorbreken, zouden we een "natuurreligie" moeten kiezen. Maar we kunnen de onttovering van de natuur door de natuurwetenschappen niet ongedaan maken. Ik distantieer me daarom van de mystificatie van de natuur, van dweperij. Ik houd afstand tot zowel de biologie als de natuurreligie en blijf uiteindelijk een westerse intellectueel die zich bewust is van zijn eigen beperkingen.'

Ton Lemaire in:
Vanno Jobse 'Ik ben harstikke rationeel en tegelijk een romanticus'
In: Filosofie Magazine 16/4, 14

Het is alweer enige tijd geleden dat ik het boek Met open zinnen van Ton Lemaire las. Ik was erg onder de indruk en ik besloot om het ooit te herlezen. Daar is het niet van gekomen en ondertussen publiceerde Ton Lemaire nieuwe boeken. Onlangs kwam zijn nieuwe boek Op vleugels van de ziel. Vogels in voorstelling en verbeelding uit. Voor Filosofie Magazine aanleiding om hem eens te interviewen. Ik kan u dat interview van harte aanbevelen, ook al gaat het gesprek niet diep, het geeft een aardig beeld van de persoon Lemaire. Hier en daar herken ik mezelf in uitspraken van hem. Ondertussen ben ik Met open zinnen aan het herlezen en het pakt me nog steeds. Met open zinnen is geschreven in enthousiasme en bewondering voor de schoonheid van de aarde, maar ook uit bezorgdheid om haar eigen toekomst vanwege bedreigingen door de moderne wereld in de fase van haar globalisering. (...) Het boek is geschreven met passie maar ook met een zekere melancholie; beide komen voort uit een leven met open zinnen. (Voorwoord, blz. 5).

Dan begint opeens een vogel te roepen, meestal een merel, lijster of roodborst, aarzelend nog als timide om de stilte te verbreken; misschien kraait ergens een haan. Maar dan volgen er spoedig andere, de bedeesdheid verdwijnt en van alle kanten barst een vogelkoncert los waarin zich ook, zodra hij van de trek terug is, de koekoek mengt. Het licht is nog teer en zwak, soms hangt in de dalen en tussen de bomen in slierten de nevel. De dingen hebben nog weinig vorm en lijken zich met elkaar te vermengen, maar langzaam wordt het licht sterker en nemen ze vastere vormen aan. De laatste roofdieren gaan op weg naar hun hol en wanneer de zon boven de horizon verschijnt, stijgt de eerste leeuwerik juichend omhoog, de hemel tegemoet.

Ton Lemaire Met open zinnen, 11-12

Schat, mag de muziek uit? Die vogel is er weer!
Ik hoor hem, hij zit weer in de boom in de tuin twee huizen verderop. Een merel waarschijnlijk. Hij kan urenlang zingen. Toen we hem een aantal dagen niet gehoord hadden, waren we bang geweest dat hij verjaagd was door de buurtkatten. Maar hij is terug en het zingen niet verleerd. Daar kan geen muziek tegenop, zelfs niet van Olivier Messiaen.

Dan moet ik even aan mijn schoonvader denken. Ik zie ons weer zitten met een fles Jameson tussen ons in. In gedachten hef ik het glas, glimlach en sla het achterover.