Zo, die kant is klaar, zei hij. Nou, dacht ik, dat viel nog mee. Als de andere kant ook zo vlot gaat, hoor je mij niet klagen.

Ik ontspande me weer. Daar komt de verdoving. Pijnlijker dan de andere kant. Voelt u dit? Nee, ik voel niks, hoe is het mogelijk!

Maar dan, in een fractie van een seconde, gebeurt het. Het is ook weer voorbij voordat ik het door heb. Mijn lichaam geeft alle hens aan dek en ik hoor mezelf even kreunen. Verdoof maar even wat bij, hoor ik de arts zeggen tegen de assistente. Ontspan uw benen – nu pas bemerk ik dat ze gespannen zijn – doorgaan met ademhalen – nu pas bemerk ik dat ik van top tot teen strak sta, ik voel het koude zweet. Raar, dat lichaam van mij, dat doet maar. U ziet helemaal wit. De assistente kantelt de behandeltafel enigszins zodat het bloed meer naar mijn hoofd kan lopen.

Terwijl ik me concentreer op mijn ademhaling, probeer ik na te gaan wat ik nu eigenlijk voelde. Was het pijn of slechts een hevige waarschuwing van mijn lichaam. Even had ik iets voelen bewegen in mijn onderlichaam. De arts legt mij uit, dat het wat diep zat bij mij en dat hij het iets verder naar buiten had moeten halen waardoor er in het gebied waar de verdoving niet komt een reactie was opgetreden.

De behandeling had nauwelijks een kwartier geduurd. Ik moet nog even blijven liggen en ik hoor mijn jongste zoon op de gang van het ziekenhuis brabbelen. Ik mag gaan zitten en ik moet nagaan of ik duizelig ben. Niets aan de hand, het is goed afgelopen.

Nu ben ik een 'je-weet-wel-man'.