Na een paar uur schuifelen door het museum bekroop me een gevoel van vervreemding. Weliswaar was ik gefascineerd door de voorwerpen in de vitrines, maar die fascinatie was niet zonder bijgedachten. Zoals in een dierentuin op een gegeven moment geconstateerd wordt dat 'die dieren toch eigenlijk niet in een kooi horen', zo vond ik dat die voorwerpen hier niet in een museum thuishoorden.

Daarnaast besefte ik, dat ik naar een wereld keek die in mijn eigen wereld zeldzaam is geworden. Een handgemaakte wereld, een wereld van ambachten. Elk voorwerp kan zo boeiend zijn om naar te kijken, omdat het niet van de lopende band gerold is. Al of niet met behulp van gereedschap is het gemaakt met handen, is het kostbaar omdat het noodgedwongen zoveel aandacht kostte. Natuurlijk materiaal, gehaald uit de eigen omgeving, omgevormd tot iets wat in het dagelijks leven een functie heeft, eenvoudigweg gebruikt werd. Gemaakt om aan te trekken, om mee te vechten, om water mee te schenken, of om in een heiligdom te zetten.

Ik kijk naar sandalen. Gemaakt van boomschors? Wie heeft die sandalen gemaakt? Wie heeft er ooit op gelopen? Is het niet ronduit belachelijk dat dat sandaaltje nu hier in een vitrinekast ligt, uitgelicht door vele spotjes, in een ruimte waar de luchtvochtigheid laag gehouden wordt door een kostbare machine? Gecollectioneerd om te bewaren en om bestudeerd te worden. De oorspronkelijke eigenaar zou het vast niet begrijpen om zijn sandalen hier te zien liggen, bekeken door een vreemde man die er later een tekst van maakt die weer door anderen op een beeldscherm gelezen wordt.

www.volkenkunde.nl