Mijn eigen standpunt in deze is dat de voornaamste taak van de kunst erin zou moeten bestaan om onze sensibiliteit voor werkelijkheid en leven te voeden en te gidsen, dat wil zeggen: onze waarneming te verscherpen en te verfijnen om ons gevoelig te maken voor het mysterie en de meerwaarde van de dingen; om ons de wereld, de natuur en de mensen zó te laten gewaarworden alsof we ze voor het eerst zagen. Daarbij past voor de kunstenaar een houding van bescheidenheid en niet van arrogantie en narcisme – zoals helaas in de 20ste eeuw gebruikelijk is geworden – en naar de wereld toe van aandachtige ontvankelijkheid voor de onuitputtelijke rijkdom van de werkelijkheid zelf. Wezenlijk daarbij lijkt me ook dat de kunstenaar meer dan anderen voeling houdt met de natuur en ontsnapt aan het zich meer en meer sluitende universum van de industriële en technologische maatschappij met haar technotoop, waarin de mens zich afsnijdt van de natuur en zich opsluit in een zelfgemaakte gevangenis.

Ton Lemaire Met open zinnen, 140-141