Geboren in 1967 ben ik niet opgegroeid met het besef dat Nederland ooit een enorme kolonie bezat dat Nederlands-Indië werd genoemd. Natuurlijk werd er bij het vak Nederlands op de middelbare school aandacht besteed aan de Max Havelaar en kwam Indië aan bod bij geschiedenis en aardrijkskunde. Ik las ook de boeken van Louis Couperus, maar die verre Gordel van Smaragd met zijn Stille Kracht bleef mij vreemd. Het terugkijken van Nederland op de Politionele Acties en het Molukse Vraagstuk vond ik politiek interessant, maar het was alsof het niet over mijn land ging. In ieder geval ging het mijn generatie niet aan, maar de generatie van mijn ouders en grootouders en voor het gemak hadden die het natuurlijk helemaal fout gedaan.

Met het lezen van de boeken van Jeroen Brouwers werd ik geconfronteerd met de geschiedenis van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië en de nasleep van deze bezetting. Al verliteratuurd Brouwers zijn eigen herinneringen, de lezer in zijn veilige luie stoel krijgt toch een indringend beeld van de afschuwelijke tijd die veel Nederlanders daar hebben meegemaakt. Wat ik las bij Brouwers kwam ik later tegen in mijn schoonfamilie. Lieve mensen die in hun kindertijd beschadigd waren door de jappenkampen, de Bersiap en de 'thuiskomst' in Nederland. Hoe lang geleden ook, zij dragen deze dramatische geschiedenis met zich mee. Onherstelbaar.

Nu ik het meinummer van De Gids over Indische schrijfsters lees, merk ik dat ik anders tegen Nederlands-Indië ben gaan aankijken. De nieuwsgierigheid naar de geschiedenis van Indië voor de Japanse bezetting is een andere geworden nu ik met mijn vrouw een familie heb die daar verhalen over kan vertellen. Daarnaast valt me op met wat een liefde en enthousiasme de bijdragen voor dit nummer van De Gids geschreven zijn. Het werkt aanstekelijk, ik wil die boeken weer gaan lezen. Hoewel de tekst hetzelfde is gebleven, zullen het voor mij ineens andere boeken geworden zijn.