In mijn jeugd kon ik dat goed. Na schooltijd, of na mijn huiswerk, of in plaats van mijn huiswerk. Dan trok ik me terug in mijn kamer, ging in de stoel zitten die nog van mijn grootvader was geweest, pakte het boek dat ik aan het lezen was. Dan verduisterde en verstilde ik de omgeving en was er alleen nog het boek en ik. Zo las ik Dickens, Balzac, Flaubert, Toergenjev, Tolstoj ... en nog vele andere.

Toen besefte ik niet hoe bijzonder de concentratie was die ik kon opbrengen bij het lezen. Ik was gelukkig in die alleenzaamheid. Terwijl leeftijdsgenoten zich vermaakten in het uitgaansleven, zat ik daar op mijn eilandje van licht en betrad wereld van het boek. Ik begreep niet dat er zo weinig leeftijdsgenoten waren die dit ook mooi vonden.

Misschien was het een vlucht voor de grote boze buitenwereld, een vlucht voor de verplichtingen en verantwoordelijkheden van de middelbare school. Dat kan zijn, maar ik denk er met weemoed aan terug.