Men kan met de auto naar Santiago de Compostela. Wanneer men zijn vakantie handig plant, raast men in kort tijd over de Franse snelwegen naar Spanje, even de Pyreneeën over en dan tuft men naar de westkust van Spanje. Prima te doen. Eenmaal aangekomen verblijft men daar een aantal dagen in een luxe hotelletje, men neemt vele foto's van de stad, of men maakt video's en koopt wat onnodige souvernirtjes voor het thuisfront. Dan raast men weer terug naar Nederland en laat men de familie, vrienden en collega's de foto's en video's zien. Men heeft even Santiago de Compostela gedaan.

Zo ongeveer lezen veel mensen een boek. Vaak kunnen ze niet meer navertellen wat ze onderweg allemaal gezien en beleefd hebben, maar het doel is bereikt: het boek is uit, men kan zeggen dat men het gelezen heeft.

Op pelgrimage naar Santiago de Compostela zou men eigenlijk te voet moeten gaan. Of men neme de fiets. Hoe dan ook, neem de tijd onderweg. Geniet van het landschap, ontmoet mensen, bekijk historische plekken. Vele mensen zijn u voor geweest, ze hebben wellicht sporen achtergelaten. Het einddoel is niet belangrijk, de weg ertoe, zegt het cliché. En men maakt natuurlijk niet alleen foto's en video's, maar houdt ook een dagboek bij waarin alle details en wetenswaardigheden, maar ook vragen en onzekerheden (die keer dat u verdwaalde, omdat u ergens in Frankrijk een oud, Romeins aquaduct zag ...) vast te leggen.

Ik heb niet de conditie om naar Santiago de Compostela te lopen of te fietsen, laat staan de tijd. Ik lees wel een boek ... te voet en geniet van het landschap op de bladzijden.