Waarde R.,

Nee, ik wil snellezers niet veroordelen. Daar gaat het niet om, dat weet je best. Ik begrijp maar al te goed dat veel mensen door werk en gezin geen tijd hebben om te lezen, laat staan om langzaam te lezen, want ze moeten nog zoveel lezen. Nee, soms wil ik aandacht vragen voor iets dat mij dierbaar is, maar lijkt te verdwijnen. Natuurlijk weet ik wel dat er nog langzame lezers zijn, maar ik kom ze zo zelden tegen.

Daarom was ik aangenaam verrast dat de boekenbijlage van het NRC afgelopen vrijdag over langzaam lezen ging. Alsof het een editie betrof die mensen wil aansporen om in hun vakantie langzamer te gaan lezen, maar ik weet niet of mensen dat zullen doen. Het probleem met dit soort boodschappen is altijd, dat het preken voor eigen parochie is.

Misschien vind je langzame lezers nog vooral onder lezers van poëzie. Het boek van Yra van Dijk is daar een mooi voorbeeld van. En niet alleen daarvan. Het is meteen ook een mooi voorbeeld van hoe doorzettingsvermogen beloond wordt. Mijn hemel wat kostte het me moeite om door de eerste honderd bladzijden met theorie te komen. Maar daarna, wanneer de theorie getoetst wordt aan de praktijk door het onder handen nemen van dichters en hun gedichten, dan begint het feest. Yra van Dijk kan zo'n boek slechts geschreven hebben door langzaam te lezen. Haar reisverslagen door de poetische landschappen van Leopold, Van Ostaijen, Nijhoff, Celan en Faverey kan ik iedereen aanbevelen. Ik ben er zelf weer langzamer van gaan lezen.

Ook mijn lezen is sneller geworden, want ook ik vind door werk en gezin minder tijd om te lezen. Ook ik sta wel eens voor de boekenkast en denk dat ik nog zoveel moet lezen, al weet ik heel goed dat ik het wil lezen en niet moet. Het gaat ten koste van de kwaliteit van lezen. Soms betrap ik mezelf erop, dat ik niet meer weet wat ik zojuist gelezen heb. Te weinig concentratie, te weinig aandacht. Eigenlijk kun je dan net zo goed niet lezen. Ik probeer het op te lossen door aantekeningen te maken, dat is een manier om het lezen te vertragen. Alleen, dat onderbreekt het lezen teveel. Aantekenningen maken in de marge van het boek, daar kan ik mezelf niet toe aanzetten. Volgens Manguel is het een manier om je het boek eigen te maken, het exemplaar persoonlijk te maken, maar ik blijf het lelijk vinden.

Mijn manier van vertragen is om het boek stil aan mezelf voor te lezen. Zo las mijn grootmoeder de bijbel, waarbij ik haar lippen altijd geluidloos zag prevelen. Alsof ze in gesprek was en dat is lezen natuurlijk ook: een gesprek met de tekst, iedere keer opnieuw.

Ik heb het je ze wel eens toevertrouwd in mijn studententijd, mijn dromen over een huis met boeken en zeeën van tijd om te lezen. Je waarschuwde me voor die alleenzaamheid, het gevaar te vervreemden van de echte wereld, slechts nog te leven in een wereld van boeken. Het is de kunst om juist midden in het volle leven de contemplatie te vinden en niet louter ernaast.

In oktober word ik voor de derde maal vader. Weer zal ik prioriteiten moeten stellen. Zal ik blijven schaken? Zal ik een weblog blijven schrijven? Wat lees ik wel en wat lees ik dan maar niet meer? Want lezen is voor mij als het ware een primaire levensbehoefte. Het is voor mij weliswaar geen zoektocht naar wijsheid, het is voor mij geen elitaire bezigheid, het is geen ophouden van een intellectuele schijn, nee, maar het is voor mij wel bittere noodzaak. Ook om te voorkomen dat het geloof in de mogelijkheid van beschaving, het idee van het goede, ware en schone, zomaar verdwijnt en vergeten wordt, in het niets oplost. Grote woorden wellicht, maar ik verontschuldig me er niet voor.

langzame groet,

je jwl