Hoe zou ik reageren wanneer ik vernam dat door een terroristische aanslag het Louvre in Parijs totaal vernietigd was? Ik zou treuren om de mensen die erbij omgekomen waren al kende ik ze niet. Ik zou woedend zijn om alle kunstwerken die verloren waren gegaan, nooit meer zouden terugkomen. Wat zou het teweeg brengen in de West-Europese wereld? Een groter verlies dan de Twin Towers in New York? Zou het de West-Europeaan nog iets doen dat kunstschatten voor eeuwig weg zouden zijn, dat we er geen blik meer op kunnen werpen en slechts afhankelijk zijn van papieren reproducties? Of zouden de meeste mensen al vlot de schouders ophalen: erg voor die mensen die omgekomen zijn, maar de schilderijtjes ... ach ...

In 1871 ging het gerucht in Europa dat het Louvre in vlammen opgegaan was. Het was slechts een gerucht. Nietzsche schrijft erover in een brief aan een vriend.

140. An Carl von Gersdorff in Marienbad

Basel 21 Juni 1871.

(...)
Als ich von dem Pariser Brande vernahm, so war ich für einige Tage völlig vernichtet und afgelöst in Thränen und Zweifeln: die ganze wissenschaftliche und philosophisch-künstlerische Existenz erschien mir als eine Absurdität, wenn ein einzelner Tag die herrlichsten Kunstwerke, ja ganze Perioden der Kunst austilgen konnte; ich klammerte mich mit ernster Überzeugung an dem metaphysischen Werth der Kunst, die der armen Menschen wegen nicht da sein kann, sondern höhere Missionen zu erfüllen hat. Aber auch bei meinem höchsten Schmerz war ich nicht im Stande, einen Stein auf jene Frevler zu werfen, die mir nur Träger einer allgemeinen Schuld waren, über die viel zu denken ist! –
(...)

Dein treuer Freund
Friedrich Nietzsche.

KSB 3, 204