M., mijn jongste zoon van twee, ligt in bed. Nu heerst er een onwerkelijke stilte in huis. Ik streef altijd naar stilte, maar deze stilte is een stilte van afwezigheid. Mijn vrouw gaat elk jaar een week op een klipper zeilen, dat is traditie. Een week per jaar wil ze er gewoon even uit en zeilen op het wad. Soms vinden we andere oplossingen voor de kinderen, maar dit jaar gaat S. (de oudste, 10) naar opa en beppe en ben ik een weekje thuis met M. En zoals altijd voel ik een groot gemis en ben ik er emotioneel van. De eerste dag is het altijd het ergste, daarna gaat het snel weer goed. Het is dus even doorbijten. M. heeft er minder last van al zal hij straks uit bed weer hopen dat mama benenden is. Nee jongen, nog zes nachtjes slapen, ik zeg het meer om mijzelf te troosten dan dat M. het nodig heeft.

Wat is dat toch? Het lijkt met het klimmen der jaren ook steeds erger te worden. Is het de angst voor verlies, de angst dat haar wat overkomt en dat ik achterblijf met mijn twee geweldige jongens? Maar er kan toch elke dag wat gebeuren? Is het besef van je rijkdom, van wat je samen hebt opgebouwd? Ik weet het niet. Ik weet niet waarom ik sta te snotteren terwijl mijn vrouw in de auto om de hoek verdwijnt voor een week. Hoe werkt dat? Geen idee.