Het gaat prima met M. Eigenlijk ging het ook helemaal niet slecht met hem: hij was niet ziek, alleen zijn linkeroog stond niet goed, maar daar is iets aan te doen. Verder is hij levendig, ondeugend en vrolijk als altijd. Alleen zijn ouders, die hebben zich behoorlijk zorgen gemaakt, maar dat is nu over.

In oktober word ik voor de derde maal vader. Dat betekent dat de tijd naast werk en gezin vanzelfsprekend minder wordt om aan mijn liefhebberijen te besteden. Dat is niet erg, er komt iets voor in de plaats dat veel waardevoller is.

Toch doet het wel eens pijn om interesses af te stoten. Zo ga ik al jaren nauwelijks meer naar film of koncerten. Ik luister nog maar heel weinig naar muziek (dat wil zeggen: dat ik er thuis echt voor ga zitten). En televisie kijken is zeldzaam geworden, maar dat doet allerminst pijn.

Meestal laat ik de tijd zijn werk doen, ik zie wel welke bezigheden door het verzetten van bakens, het stellen van prioriteiten, naar de achtergrond geraken. Ditmaal loop ik erop vooruit. Gisteravond heb ik mijn lidmaatschap van de schaakclub opgezegd. Misschien is de geboorte van mijn derde kind een mooie motivatie om dat te doen, om de knoop door te hakken. Het schaken boeide me de afgelopen tijd niet meer zo en ik vond er al steeds minder tijd voor. Het hing dus al een tijdje in de lucht om het schaakbord aan de wilgen te hangen. Natuurlijk zal ik een aantal clubgenoten missen, maar het is geen reden genoeg om maar lid te blijven. Wie weet dat ik me volgend jaar weer aanmeld als het verlangen naar het bord en de stukken te groot wordt.

Blijft over mijn liefste bezigheid: lezen. Daar kan ik altijd wel ruimte en tijd voor vinden. In de trein naar mijn werk, vijf dagen per week, in ieder geval. Daarnaast zal het webloggen ook nog wel lukken, maar dat merkt u vanzelf. Misschien wordt de frequentie minder, misschien worden de stukjes nog saaier, misschien ... Ach, ik merk het wel.