Ik had hem al lang niet meer gesproken. Ik zag hem wel zo nu en dan, maar 's middags was hij te druk, dan zijn er altijd mensen die een foto van hem willen maken. Nee, nu ik 's ochtends de tram naar mijn werk neem, spreken wel elkaar nooit meer. Eigenlijk was ik mijnheer Tuli een weinig vergeten.

Maar vanochtend kwam ik hem tegen, ik had besloten weer eens te gaan wandelen. Toen ik door de Torensteeg Villa Zeezicht passeerde en de brug wilde oversteken, zag ik hem staan. We glimlachten. Mijnheer Tuli liep, zoals vroeger, met mij op.

'Droogstoppel vindt studenten en ondernemers middelmatig', begon hij. Mijnheer Tuli is op de hoogte van het laatste nieuws. 'Ga jij daarover schrijven?'

'Ach, mijnheer Tuli, Balkenende, de meest middelmatige minister-president die Nederland in jaren gehad heeft, verwijt óns een mentaliteit van middelmatigheid!? Wat moet ik daarover zeggen, dat werkt toch slechts op je lachspieren!' antwoordde ik. 'Maar u weet, ik schrijf niet graag over politiek, ik begrijp het niet zo goed.'

'Maar jwl, politiek gaat ook niet over waarheid. Politiek gaat over machtsverhoudingen en wat al of niet werkt. Daar is sinds de Gouden Eeuw niet zoveel aan veranderd.'

'Mijnheer Tuli, u heeft vast gelijk. Had ik maar zo'n pen als u! Want ergens heeft Balkenende wel gelijk, al zou ik het geen middelmatigheid willen noemen, maar platheid. Waar zijn de denkers gebleven, de intellectuelen, de aristocraten van geest die nog kunnen schrijven en die nog gelezen worden, die nog gezag hebben in dit land? Waar zijn de politici met een visie, met bevlogenheid? Jan Pronk? Ach, was het maar waar, zelfs Jan Pronk is een anachronisme!'

Mijnheer Tuli zweeg. We passeerden het hoofdpostkantoor en ik vroeg me af hoe ver hij met mij mee zou wandelen. We luisterden naar onze eigen gedachten en de stilte van een stad die nog tot leven moet komen. Het klotsen van het water in de Singel.

'Ik heb sinds lang geen ideeën meer, jwl. We moeten vechten tegen onrechtvaardigheid. Dat wat kwetsbaar is, moet beschermd. Deze tijd is zo welvarend, maar de mensen die ik elke dag zie voorbijkomen zijn zo ontevreden. Het zit niet in de economie, maar in de hoofden van de mensen. Ze zien niet meer, ze luisteren niet meer, ze voelen niet meer.'

'Precies meneer Tuli, en daar word ik zo somber van. Wat kan ik doen?'.

'Schrijf, wie weet raak je een snaar.'

We waren aangekomen bij De Evenaar. Mijnheer Tuli draaide zich om.

'Ik moet terug, ik moet weer ergens voor staan de hele dag,' zei hij grimlachend.

Ik beloofde hem vaker langs te komen.