In de wind die takjes, servetten en bladeren over de gracht blaast, kun je gemakkelijk een beeld zien van de 'geest die waait waarheen zij wil', lees ik in het zomernummer van Vorm & Leegte. Ach, denk ik, dat is aardig geschreven. Maar de tekst vervolgt: Dit is een mysterieuze waarheid die het menselijk kunnen, denken en kenvermogen te boven gaat en dat is nou jammer, denk ik vervolgens. Boeddhistisch geneuzel. Had het bij dat mooie beeld gelaten en verbindt er niet meteen een mysterieuze waarheid aan vast, dan draait de wind in mij naar het noorden.