Hoe lang is het geleden, vroeg ik me ineens af. Ik had de noten van Victoria uit de printer gehaald en daar lagen ze voor me op tafel. Zo vertrouwd en toch ook zo lang geleden. Ditmaal wilde ik niet alleen de muziek laten horen, maar er ook iets over vertellen. Daarom wilde ik eerst de noten zien. Voordat ik het wist had ik al een potlood in mijn handen en zat ik strepen te zetten. Ik had mijn analytische blik niet verloren. Nadat ik had gecontroleerd wat ik wilde controleren – die noot op Domine was inderdaad de hoogste – schoof ik de papieren glimlachend van mij weg, onwennig, alsof ik iets had gedaan wat ik mezelf jaren geleden verboden had.

Hoe lang is het geleden dat ik definitief de deuren van het Instituut voor Muziekwetenschappen achter mij sloot? Zes jaar lang was ik door die deuren gegaan, had er colleges en werkgroepen gevolgd, had er uren doorgebracht in de muziekwetenschappelijke bibliotheek met boeken, partituren en een enorme verzameling muziektijdschriften, of ik had gekeken naar microfilms van middeleeuwse manuscripten, turend naar de zwarte vlekken – en ik had er veel koffie gedronken, gerookt en gepraat met medestudenten. Op een dag, na zes studiejaren, heb ik het pand verlaten en zover ik me kan herinneren ben ik er ooit nog één keer binnen geweest, maar misschien vergis ik me.

Zes jaar lang heb ik daar een gevecht geleverd. Nee, het was niet de studie, bij elke andere andere studie had ik ongetwijfeld hetzelfde gevecht gevoerd. Het was mijn onvermogen om te studeren, mijn onvermogen om te functioneren in dat academische wereldje.

Het moet vijftien jaar geleden zijn dat ik het zat was, dat ik de ene dag student was en de volgende dag werkeloos. Mijn mooiste demon had ik al meer dan een jaar niet meer gesproken of gezien, nu nam ik ook afscheid van mijn studie, zonder diploma. Tegelijkertijd besloot ik te stoppen met roken, wat wonderwel geen moeite kostte. Binnen enkele weken viel er een oproep voor militaire dienstplicht op de mat. Ik weigerde. De eerste drie maanden waren een onwerkelijke tijd. Slapen, eten, lezen, uit het raam kijken en zo nu en dan vrienden zien. De rest van de wereld maakte zich nuttig, ik ervaarde toen totaal geen uitzicht. Toch is het één van mijn gelukkigste perioden in mijn leven geweest, omdat ik van de ene op de andere dag zoveel ballast van mijn schouders had geworpen. Het was een bevrijding geweest. Deze maand alweer vijftien jaar geleden.