'BOE!'

'Boe? Wie zegt daar boe?'

Mijnheer Tuli springt tevoorschijn uit een portiek. Om zijn lippen speelt een lach die ik herken van mensen die geregeld te diep in het glaasje kijken.

'Feestje gehad?' vraag ik, ietwat afwerend. Ik heb een pesthekel aan mensen die zich met drank niet kunnen beheersen. 'Met Il Commendatore zeker,' probeer ik geestig mijn ergernis te verbergen.

'Il Commendatore?'

'Don Giovanni, a cenar teco m'invitasti e son venuto!' zing ik hem voor.

'Oh, La Statua, nee die woont te ver weg,' grinnikt Tuli. 'Nee, ik heb een feestje gebouwd met Atlas op het paleis ...' en met een veelbetekenende knipoog voegt hij eraan toe: '... samen met Temperantia en Vigilanza.'

Ik kijk naar de achterzijde van het paleis op de Dam en het komt me voor dat Atlas niet zo stevig op zijn benen staat als anders en dat de dames op het fronton er ook wat verfomfaaider uitzien.

'En,' ga ik verder, 'viel er wat te vieren?'

Met een onmiskenbaar sarcasme antwoordt Tuli 'Prinsjesdag!'

'Ja, jwl, het is niet gemakkelijk in deze tijd, ik benijd u niet. Met de handelaren in koffie aan de macht bent u en uw landgenoten nog slechts cijfertjes op een begroting, een kostenpost. Uw zesjescultuur staat een gezonde economie in de weg. U bent slechts een consument, vergeet dat niet. U moet werken en overwerken en op zaterdag in de voor u speciaal aangelegde koopgoten uw verdiende centjes weer uitgeven. Behoeftebevrediging heet dat. Werk, koop en wordt gelukkig, dat is de boodschap van uw regering. Kijk naar die mensen die steeds maar weer als junks die nieuwste hebbedingetjes scoren, kijk hoe hol hun ogen zijn en hoe uitgemergeld hun geest. Dat zijn geen mensen meer, dat zijn klonen. Eigenlijk hebben ze geen identiteit, maar dragen ze een mantel (...) om de eigen naaktheid te verhullen. Ik ben mijn Mercedes. Ik ben mijn Apple. Ik ben mijn BigMac. Ik ben mijn Nikes. Ik ben mijn MTV.'

In de stilte die volgt, probeert Tuli zich staande te houden en op adem te komen. Nu pas zie ik hoe versleten zijn pak is. Dan, met hernieuwde zelfbeheersing, vraagt hij bijna fluisterend:

'jwl, heb je wat kleingeld voor me, voor een bakkie koffie?'

Ik geef hem al mijn muntgeld.

'Dank jwl, je bent een aardige gozer. Op de Lauriergracht nr. 37, daar hebben ze goede koffie en daar zijn ze vroeg open. Werk ze jongen.'

Ik kijk hem na en weet niet wat te zeggen. Ik ben niet mijn weblog.