de eeuwige terugkeer (8)

Na ongeveer tien dagen samen in Bremgarten te zijn geweest, gaan Elisabeth en Friedrich Nietzsche weer elk hun eigen weg. Elisabeth gaat terug naar Basel om de laatste hand te leggen aan het leeghalen van Friedrichs woning. De meubels worden verkocht en allerlei andere zaken elders ondergebracht.

Friedrich reist naar zijn vrienden Franz en Ida Overbeck in Haus Falkenstein in Zürich. Daar zal hij enkele dagen blijven. Nietzsche is alleen maar ziek. De schoonmoeder van Franz Overbeck, Ida Rothpletz, zal nog de hele zomer proberen Nietzsche met haar zorgen bij te staan.

Franz Overbeck aan Heinrich Köselitz, 2 juni 1879:

Am 19. [moet waarschijnlijk 12. zijn - jwl] Mai schon hat er [Friedrich Nietzsche - jwl] Basel verlassen. Wenige Tage zuvor hatte ich, da sein Zustand mich sehr zu beunruhigen anfing und ich keine Möglichkeit sah, wie er allein die Abreise bewerkstelligen sollte, nach der er sich so sehr sehnte, an sein Schwester geschrieben. Sie kam und die Geschwister reisten zunächst nach Bremgarten bei Bern. Nach 14 [10 - jwl] Tagen kehrte Frl. Nietzsche zurück um dat hiesige Hauswesen abzubrechen. N zog weiter, zunächst zu meiner Schwiegermutter nach Zürich, wo er, bei allerdings schlimmer, selbst hier und mir empfindlicher Föhnluft, 4 Tage kaum aus dem Bette kam. Noch recht krank, doch von der Sehnsucht nach Höhenluft weiter getrieben, reiste er ab, zunächst nach Thusis, allein, und da war es nun wo wir ihn für mehrere Tage ganz aus den Augen verloren, und wie Sie sich denken können, recht beängstigt waren.

SN 3 nr. 13, blz. 21-22

Van zaterdag 24 mei tot donderdag 29 mei 1879 was Friedrich Nietzsche in Thusis. Wat hij daar in zijn eentje gedaan heeft is onduidelijk. Misschien was hij eenvoudigweg te ziek om verder te reizen. Vast staat dat hij op 29 mei in Wiesen bij Davos aankomt, alwaar hij een gastenboek getekend heeft.