Wanneer ik de gordijnen opzij heb geschoven, hoor ik vanuit het spijlenbedje 't Is donker buiten. Ik til mijn wakkere peuter uit bed. Zullen we naar buiten kijken?

We staan samen voor het raam op een zondagmorgen. Achter de vensters aan de overkant van de straat brandt nog geen licht, het is nog vroeg. M. wijst met zijn vingertje: Auto's slapen, lamp wakker. Inderdaad, de lantaarns verspreiden nog hun licht op dit uur.

Zou er een dichter in mijn kleine jongen zitten?