Zullen wij
nu jij mijn lichaam hebt gesloten
en wij als stille landen liggen

Elkaar ontdoen van tederheid

We draaien ons
een woeste schittering in de tuindeur

deze serie lichte stralen
die tot in mijn handen toe beseft
dat alles nu is stilgezet

Buiten roepen nog de honden

Marije Langelaar De rivier als vlakte, 58

Die laatste zinnen vooral – dat alles nu is stilgezet // Buiten roepen de honden – die blijven maar klinken in mijn hoofd ...