Ik zie ze nog voor me, die studenten die het Malieveld opliepen en vermoeid gingen zitten. Ze waren teleurgesteld en begrepen niet wat er nu precies gebeurd was. Ineens stond er groep ME'ers rondom hen en begon op hen in te slaan met de wapenstok. Verbijstering. Een gebroken arm en kneuzingen, woede en tranen, onbegrip. Ik zag het en voelde het bijna zelf. Mijn haat tegen alles wat een uniform droeg werd behoorlijk gevoed.

Nog kan ik me soms niet aan de indruk onttrekken dat ME'ers en politieagenten wezenlijk geborneerde burgermannetjes zijn die een uniform dragen om hun agressie een ligitiem karakter te geven. Toen ik onlangs de televisiebeelden zag waarop een agentje met de wapenstok op een scholier insloeg, een scholier die alleen maar langzaam de goede kant opliep, werd mijn argwaan weer gewekt. De godvergeten klootzakken.

Het NRC omschrijft het in het redactioneel genuanceerd: Dat een deel van de schoolstakers uit was op een rel en zich misdroeg, is geen argument om onbezonnen de wapenstok te trekken. Dit optreden werkt in ieder geval niet deëscalerend, zoals vandaag in Amsterdam bleek.

Inderdaad, wat leren die agenten eigenlijk op de politieschool? Wordt er gewerkt aan zelfbeheersing? Wordt er gewerkt aan het vermogen tot kritische zelfreflectie op het werk? Of oefenen ze teveel op weekendcriminelen die voetbalwedstrijden bezoeken en kunnen ze geen onderscheid meer maken?

Tegelijkertijd besef ik maar al te goed: ik zou ze maar nodig hebben, die politieagenten, als mezelf of een naaste wat overkomt.