In zijn boek De geschiedenis van het lezen besteedt Alberto Manguel er een heel hoofdstuk aan: lezers in stilte. Stil lezen is niet altijd gebruikelijk geweest. Lange tijd is zwijgend lezen eerder ongewoon geweest.

Ambrosius was een uitzonderlijk lezer. 'Wanneer hij las', schrijft Augustinus, 'liepen zijn ogen over de bladzijden, en zijn hart doorzocht de betekenis, maar zijn stem en tong rustten. Dikwijls wanneer wij erbij waren – want het was niemand verboden binnen te komen, en het was ook niet de gewoonte iemand aan te dienen – zagen wij hem zo zwijgend lezen en nooit anders.'

Alberto Manguel De geschiedenis van het lezen, 58

Ik herinner me hoe mijn grootmoeder, zittend in haar stoel voor het raam, prevelend de Bijbel las. Ik kon het niet verstaan, maar ze las ook altijd met haar mond, alsof ze zichzelf de woorden hardop voorlas. Woorden die voor haar zeer veel betekenis hadden. Als kleuter vond ik dat maar eigenaadig en ook een beetje eng.

De verinnerlijking van het lezen, zo zou men de toenemende gewoonte van het zwijgend lezen kunnen noemen. In plaats dat er een fysieke stem klinkt, klinkt er een stem in het hoofd.

Ik mijmerde daarover toen ik een passage in De navolging van Christus las van Thomas a Kempis. In zijn zoveelste waarschuwing voor de aloude vijand schrijft Thomas a Kempis: Hij zal je volstoppen met allerlei kwalijke gedachten om je verveling en je angst te wekken, zodat je dankzij hem geen zin meer hebt om te bidden en meditatief lezen (111). Meditatief lezen? De vertaler licht het toe in een eindnoot:

Naast het gemeenschappelijke en het persoonlijke gebed werd er in de kloosters van de Congregatie van Windesheim grote nadruk gelegd op het meditatieve lezen, in het Latijn lectio divina genaamd. Hierbij gebruikt men religieuze teksten, met name de Bijbel, als uitgangspunt voor meditatie waarbij het de bedoeling is dat de monnik in zijn binnenste de stem van God ervaart die via de teksten tot hem spreekt.

Thomas a Kempis De navolging van Christus, 205

Dat vind ik mooi. Je hoort niet meer de eigen innerlijk stem die zichzelf voorleest, maar het vermengt zich met De Stem van De Schrijver. Alsof er tijdens het lezen een unio mystica plaatsvindt.

Nu lees ik maar zelden de Bijbel, laat staan dat ik streef naar eenwording met God, maar ik vind het een interessante gedachte. Het kan helpen bij het doorgronden van een boek de eigen opvattingen op te schorten en zich gewonnen te geven aan de tekst en de schrijver. Zo probeer ik me te verplaatsen in een vijftiende eeuwse novice die les krijgt van Thomas a Kempis. Dan hoor ik als het ware zijn vriendelijk en vaderlijke stem in mijn hoofd, een stem van een man die het allemaal zo goed meent. Tijdens het lezen ben ik een beetje Thomas a Kempis en ik ben even een navolger van Christus. Het is misschien niet het meditatieve lezen wat Thomas a Kempis graag zou zien, maar het is voor mij wel een waardevolle wijze van lezen.