Lieve H.,

Ik verlang naar sneeuw. Echte sneeuw. Niet alleen omdat het sneeuwlandschap zo mooi kan zijn, of omdat het licht zo anders is met sneeuw, maar vooral omdat het zo mooi klinkt. Hoe je schoen langzaam een stukje in de sneeuw zakt en bij het afrollen van de voet zo'n zacht gekraak laat horen. En dan de andere voet. Kraak, kraak. Kraak, kraak. Het lijkt allemaal zo lang geleden. Hebben wij wel eens samen in de sneeuw gelopen, jij en ik? Ik kan het me niet meer herinneren.

Ik wil elk detail ontdekken, de microscopische werkelijkheid, de geheime schoonheid van het leven, die uniek en persoonlijk is, en alleen waar is voor elk van ons afzonderlijk. Het is hierom dat ik schrijver ben geworden: omdat ik al in mijn kindertijd ontdekte dat ik anders tegen de dingen aankeek dan alle anderen. In het bijzonder heb ik me altijd aangetrokken gevoeld tot wat voortdurend veranderd. Watervallen bijvoorbeeld: die blijven nooit hetzelfde, zelfs geen moment. En, verder, mierenhopen, geisers, de onvoorspelbaarheid van gekkenhuizen... En het is goed zo. Het is goed om je altijd, wat er ook gebeurt, te kunnen laten betoveren. Op zekere dag ben ik begonnen mijn vervoeringen aan anderen te vertellen. Waarom ik dat heb gedaan, weet ik niet. Maar de vreugde die ik bij mijn ontdekkingen ervoer, was zo groot dat het idee om ze voor mezelf alleen te houden moeilijk te verdragen was. Pijnlijk zelfs. Ik herinner me dat ik bang was om belachelijk gevonden te worden. En toch heb ik het gedaan. Waarom? Wat wilde ik ermee bereiken?

Nicola Lecca Bijna alles ontgaat ons
in: Nexus 48, 40

Ik had nog nooit iets van deze jonge Italiaanse schrijver gelezen toen ik gisteren aan zijn essay begon. Voordat ik de eerste bladzijde had uitgelezen, wist ik al: dit is een schrijver naar mijn hart, hier moet ik meer van lezen! Liefde bij de eerste lezing.

Is het zijn milde toon, die mij zo aanspreekt? Zijn oog voor het kleine? Ik weet het niet zo goed. Ik denk dat ik een bepaalde kijk op de wereld herken, zonder nu precies te kunnen zeggen waar die herkenning plaatsvindt. Delen we wellicht dezelfde gevoeligheid voor de wereld om ons heen?

Daarom schrijf ik. Niet om te onderwijzen, niet om uit te leggen, noch om te overtuigen of om iets te bestrijden. Ik schrijf omdat ik ervan overtuigd ben dat de vervlakking van ons bewustzijn en ons verstand noodzakelijkerwijs een verlies betekent aan vrijheid, en bovendien een voorbode is van iedere vorm van slavernij en iedere vorm van totalitarisme. Kortom, ik schrijf opdat iedereen erbij stilstaat dat we niets weten van de wereld waarin we leven. (...) Zelden nemen we de moeite om een nieuwe waarheid te ontdekken. Om die reden heb ik, toen ik als kind merkte dat ik spontaan tot op de bodem van de wereld kon kijken, begrepen dat het mijn taak was om mijn ervaringen verder te vertellen: mijn momenten van verrukking, maar ook van verdriet, die deze extreme gevoeligheid met zich meebracht.

idem., 41

Hoe lang hebben we elkaar niet gezien? Zestien, zeventien jaar? Herinner jij nog de laatste keer? Ik zie me nog die straat uitlopen in Haarlem waar jij pas was gaan samenwonen. Ik dacht: dit kon wel eens de laatste keer zijn. Ik draaide me om om je nog eenmaal te zien, maar je ging al naar binnen. Meestal bracht je me naar het station, ditmaal niet, dat was al een teken.

Morgen word je ook veertig. Veertig! Ik weet dat je ondertussen gescheiden bent, twee kinderen hebt en misschien een nieuwe relatie. Ik hoop dat laatste voor je, want alleen zijn is niets voor jou.

Door jou ontdekte ik wat verliefdheid is en ik dacht, dat ik van je hield. Ik heb ondertussen geleerd wat houden van is en ik leer nog elke dag bij als ik thuis kom, uit mijn werk, mijn fiets voor het huis plaats en naar binnen kijk, mijn kinderen zie en mijn vrouw. Dan ben ik verliefd en veel meer nog, ik houd van ze!

Nee, ik mis je vriendschap, nog altijd! De spiegel en het klankbord. Dat ik niet hoef uit te leggen. Jij zou ogenblikkelijk begrijpen wat ik in die Lecca lees en dat ik zou willen schrijven wat Lecca schrijft. Maar ik kan het niet, al doe ik nog zo mijn best.

En ik mis onze gesprekken, H., die urenlange gesprekken. Over mensen, boeken, muziek, kortom: alles wat ons bezighoudt. Er zijn anderen met wie ik daarover kan praten, maar ik kan het met niemand zoals met jou. Dat konden we al op de dag dat we elkaar ontmoetten. Zullen we, als we kunnen horen dat het gesneeuwd heeft, als het weer kraakt onder onze voeten, even aanelkaar denken? Even maar?

Ondertussen schrijf ik dan wel brieven, brieven die gedoemd zijn onbeantwoord te blijven. Die mis ik nog het meest, je brieven. Ik zou willen dat je me schreef! Verder niets. Ik verlang naar sneeuw. Echte sneeuw.

Maak er een mooie dag van morgen!
Het ga je goed!
jwl