Zijn vriendelijke, sympathieke kop prijkte afgelopen vrijdag voor op de boekenbijlage van het NRC: Alberto Manguel. Ik heb genoten van zijn Geschiedenis van het lezen en zijn Dagboek van een lezer. Alleen Kunstlezen staat nog ongelezen in de kast. Omdat het over beeldende kunst gaat, daar heb ik nu eenmaal minder belangstelling voor.

De boeken gaan over een gedeelde passie: lezen. En wie van lezen houdt, houdt van boeken. Daar zit wel een verschil tussen mij en Manguel. Hij is behoorlijk bibliofiel, ik niet. Boeken doen iets met mij, maar ik ben zeker geen verzamelaar. Ik zou een boek nooit louter als object kopen, de inhoud komt bij mij altijd op de eerste plaats. Ik loop wel eens een tweedehands boekwinkel binnen of ik bezoek een boekenmarkt, maar voor boeken die niet meer nieuw te vinden zijn. Mijn boekenverzameling is dan ook niet bijzonder, het bestaat uit boeken die op mijn weg komen en zijn geen resultaat van een verzamelwoede.

Er is nieuw boek van hem vertaald: De bibliotheek bij nacht. De liefde voor boeken en de kunst van het verzamelen.

Wordt Manguel niet moedeloos van alle boeken die hij niet kan lezen? „Nee, zoals ik schrijf in De bibliotheek bij nacht: ik voel me niet schuldig tegenover de boeken die ik niet gelezen heb. Ik heb ze heus allemaal wel eens opgeslagen, en ik vertrouw er op dat mijn boeken over een oneindig geduld beschikken.
(...)
Ik heb ooit geschreven dat iemands bibliotheek zijn Doppelgänger is. Mijn bibliotheek bevat alles wat ik ben of wat ik denk dat ik ben; hij is gevormd door het gebruik dat ik van hem heb gemaakt. Dus kan ik rustig sterven, want hij zal het leven overnemen dat ik verlaten heb. Ik kan alleen maar zeggen: It has been been a wonderful read. Iemand zal mijn dood wel even moeten melden aan mijn boeken. Wat dat betreft is de bibliotheek net als een bijenkorf. Als de imker sterft, moet iemand het aan de bijen gaan vertellen.”

Pieter Steinz De beste boeken zijn mislukkingen
in: NRC Handelsblad. Boeken 14.12.2007, 2.

Een dergelijke liefde voor boeken is mij, uiteindelijk, toch vreemd. Ik ben wel blij met mijn boeken, ik vind het een mooie en geruststellende aanwezigheid in mijn huis. De boeken verwijzen naar een wereld die ik in het dagelijks leven zo node mis: een wereld van denken, creativiteit met taal, vormgegeven emotie, een gesprek dat doorgaat in de tijd. Door mijn boeken voel ik me verbonden met een traditie, een voortgaande zoektocht naar antwoorden op vragen, waarbij menig schrijver heel goed weet dat het gaat om het bewandelen en niet om het aankomen.

Met elk boek deel ik een geschiedenis. Ze verwijzen naar perioden in mijn leven of naar mensen die me een boek cadeau deden. In die zin, inderdaad Manguel, zijn boeken een onderdeel van mijn identiteit geworden. Ik zou ze niet graag missen. Maar mijn boekenkasten zijn geen dubbelgangers van mezelf, dat is niet mogelijk.