Volgens mij kun je niet besluiten om op een bepaalde manier te leven, maar kun je alleen maar besluiten of je wilt ingaan op hoe het leven zich op dat moment aandient. Op deze manier blijf je voortdurend in beweging en is het leven één grote dialoog.

Cuny Janssen Tussen stilte, tijd en licht
In: Nexus 48, 55-56

De tweede les is dat moed en openstaan voor de wereld het verschil maken. Zoals iedereen wil ik slagen in mijn leven. Aangezien ik ook wel eens Nietzsche heb gelezen, ben ik ervan overtuigd dat intensiteit de maatstaf is voor een geslaagd leven. Maar ik weet nu dat ik die intensiteit kan bereiken in het contact met de ander, niet in narcisme. Eigenschappen als durf, enthousiasme, verbeeldingskracht en nieuwsgierigheid zijn onontbeerlijk, je moet buiten jezelf treden om dingen te bereiken in de huidige wereld. Een mens is altijd vrijer dan hij zelf denkt. Onze vrijheid is de vrijheid die we onszelf gunnen.

Emmanuel Lenain Diplomatie als uitdaging
In: Nexus 48, 64

Ik voelde me alsof ik honderd jaar te laat was geboren en alsof mijn tijdperk tot het verleden behoorde. Ik begon te geloven in de zwerftocht van de ziel en metempsychose [reïncarnatie – jwl]. Ik voelde dat ik daarvandaan kwam, ergens anders vandaan. Ik speurde naar allerlei openbaringen van dat andere leven. Dat betekende niet dat ik dat ene, de alledaagsheid, wilde verwaarlozen. Nee, dat niet; wel vond ik dat de alledaagsheid met iets anders was uitgerust: met iets dat slechts enkelen opmerkten. Bovendien geloofde ik in een intensief leven, ik vond dat dat het leven tot op zekere hoogte gecomponeerd kon worden, als een gedicht of een symfonie. Dat het door ons eigen toedoen mooi kon worden, een kunstwerk.
(...)
Ik herinner me alleen het gevoel van euforie, een alomvattende blijdschap en vrijheid. Vooral vrijheid. De poëzie was uitermate geschikt om de overtuiging van de onwerkelijkheid van de werkelijkheid te staven. Het gedicht werd het poortje naar een andere, betere wereld, een poortje naar jezelf, de allersimpelste manier om jezelf te redden en een kunstmatig, tijdelijk, efemeer paradijs te scheppen.
(...)
Dit alles onder leiding van Dostojevski en zijn in de modder wroetende mystici. Bij anderen leek het erop dat ze de ziekte van splendid isolation zouden krijgen, dat zij in een tempel van de geest, en dat zij de straat niet opdurfden, met zijn regenplassen en modder. Ongetwijfeld hingen de virussen van deze ziektes in de lucht. Ongetwijfeld heb ik ze allemaal gehad.
(...)
(...) er zijn waarden in vergelijking waarmee de literatuur geen enkele kans heeft. Zo'n waarde is het leven, met die hele voorraad aan banaliteiten en verveling die het achter zich aan sleept, als een der kunst vermorzelende ballast. De antiwereld heeft echter een wereld nodig, zonder deze is ze niet mogelijk.
(...)
Witold Gombrowicz dacht aan hetzelfde, toen hij in zijn Dagboek beweerde dat schrijven het wekken van de eigen demonen is.

Tomasz Rozycki Over kleuren
In: Nexus 48, 78-82