'Hoor je het ruisen van de rivier?'
'Ja!'
'Dat is de weg.'

Een klein gesprek tussen meester en leerling uit de traditie van het zenboeddhisme. Misschien is het wel een koan, ik weet het niet, ik las het ooit voor de eerste keer in een zeer fout boek en sindsdien is het me altijd bijgebleven.

Ik vind het beeld mooi. Er is veel taoïsme in het zenboeddhisme terecht gekomen (ik noem het zenboeddhisme wel eens de opgeblazen calvinistische variant van het taoïsme) en het zou me niet verbazen wanneer hier 'de weg' oorspronkelijk 'tao' is. Het leven dat geleefd moet worden verbeelden als een rivier en dat vervolgens de weg noemen die een mens moet gaan.

Opmerkelijk is, dat de vraag niet luidt 'zie je de rivier', maar 'hoor je het ruisen van de rivier'. Wellicht heeft het te maken met het meditatieve gebruik van dit kleine gesprek. Bij de eerste zin ademt men in, bij het 'ja' houdt men even de adem vast en bij de laatste zin ademt men uit. Het ruisen van de rivier is dan tevens het ademen. Ademen is een biologische noodzaak voor mensen om te leven, zonder ademhaling kunnen we de weg niet gaan. Het is wat we steeds nu doen, soms zonder dat we het opmerken. Pas als onze adem stokt, zullen we er aandacht aan schenken. In veel meditatieve tradities is concentratie op de ademhaling een vereiste. Taoïsten beschouwen het menselijk lichaam als een energiesysteem, bestaande uit verschillende chi-stromen (levensenergie). De adem is dan een verfijnde vorm van chi. Wie deze energiestomen in balans wil brengen zou bijvoorbeeld het bekende Tai chi kunnen beoefenen.

Het beeld van een stromende rivier past goed bij een ander taoïstisch begrip: Wu Wei. Een associatie met het moderne Go with the flow-beweging doemt op. Wu Wei, laat de natuur haar gang gaan, forceer niet, probeer je niet te verzetten tegen de loop der dingen, maar probeer spontaan mee te gaan met wat zich aandient. Het is een actieve vorm van niets doen. Het beeld van een vallend blaadje dat zich laat meevoeren op een rivier. Het heeft geen last van de pijnlijke rotsblokken dat de mens in het leven op zijn weg kan tegenkomen. Het is één van de typisch onwesterse aspecten van het taoïsme dat mij zo aanspreekt.