Ze leken wel van lego gemaakt, die wagentjes die in januari 2004 op Mars landden. De wereld kon meekijken. Hoeveel miljoenen dollars hadden ze ervoor over om die wagentjes naar Mars te sturen met vooral één belangrijk doel: erachter komen of daar water is of is geweest op Mars? Want water is een belangrijke voorwaarde voor het ontstaan van leven. Miljoenen dollars die net zo goed gebruikt hadden kunnen worden om mensen en dieren op planeet Aarde te helpen, mensen en dieren die smachten naar een druppel water. Het lijkt er namelijk stevig op dat water niet alleen een voorwaarde is voor het ontstaan van leven, maar ook om dit leven in stand te houden. Er zijn denkers die vrezen dat drinkwater schaars wordt op deze planeet en dat dat wel eens tot grote conflicten kan leiden. Voor ons westerlingen onvoorstelbaar: wij hoeven maar aan kraan open te draaien en daar is schoon drinkwater. Wij kennen de luxe om te mopperen als het weer regent. Voor grote groepen mensen is het een dagtaak om aan water te geraken en zij kijken niet zelden verlangend uit naar een spat regen.

Wat op Mars nauwelijks werd aangetroffen, vinden we op Aarde ruim aanwezig. Het grootste gedeelte van het aardse oppervlakte bestaat uit water. Ook van de mens wordt gezegd dat deze vooral uit water bestaat. Voor de geboorte zou dit enige tijd voor 97% gelden, na de geboorte van de mens vedroogt hij tot bijna 60% op 75-jarige leeftijd. Water is belangrijk voor de energievoorziening, voor het oplossen van zouten, voor het reguleren van de temperatuur van ons lichaam. Water is belangrijk voor het oplossen van ons voedsel, het vervoer van de bouwstoffen in ons bloed (dat voornamelijk uit water bestaat) naar de cellen (die voornamelijk uit cellulair water bestaan). Daarnaast is water weer belangrijk voor de afvoer van de afvalstoffen om uiteindelijk via de bekende weg ons lichaam te verlaten en in het water terecht komt dat dan weer gezuiverd moet worden, zodat we het weer kunnen drinken.

Ruim 2600 jaar geleden liep er in Milete, Ionië, een meneer rond die beweerde dat de oerstof voor alles water is. Op zich geen uitspraak die doorgaans serieus genomen wordt, maar deze meneer, Thales uit Milete, werd er beroemd mee, omdat hij als het ware in de filosofiegeschiedenis een beginpunt is. Misschien zijn er kandidaten uit een verder verleden, aanwijzingen daarvoor hebben de historici niet. Weliswaar zijn er geen bronnen van Thales bewaard gebleven, maar zijn reputatie als wetenschapper maakte dat er eeuwen later nog aan hem gerefereerd werd. Thales uit Milete was een der Zeven Wijzen. De samenstelling van dit team wisselde nogal eens, Thales hoorde er altijd bij.

Het was niet zozeer de constatering dat water de oerstof van alles is, maar de wijze waarop Thales tot deze uitspraak gekomen was. Niet aan de hand van mythen en legenden, niet de godenwereld was de bron van zijn kennis, maar observatie, redeneren en gebruik van argumenten. Dat maakte van Thales de Adam van de filosofie (en wetenschap). Mensen en dieren drinken water om in leven te blijven, planten en bloemen hebben eveneens water nodig. Water kan bevriezen en verdampen, dus waarom zou het niet op een of andere manier aarde of vuur kunnen worden?

Het was geen domme jongen, deze Thales. Overgeleverd is bijvoorbeeld dat hij een zonsverduistering voorspelde en dat hij een methode had bedacht om de hoogte van de piramides in Egypte te berekenen. Een man van de harde wetenschap zouden we nu zeggen. Zou je kunnen stellen dat zijn zoektocht naar eenheid achter verscheidenheid nog steeds doorklinkt bij natuurkundigen die hopen ooit een formule voor alles te vinden? Is er een wezenlijk verschil in de uitspraak van Thales en de zoektocht van de huidige wetenschappers?

Eén handicap had Thales niet. Ik lees dat de Grieken in die tijd nog geen onderscheid maakten tussen materie en geest. Ook goden en zielen zouden uit materie bestaan, hoe verdund en fijn ook. Een ziel als verdampt water? Zo kan ieder levenloos object dus toch een ziel hebben. Neem een magneet, die kan andere objecten verplaatsen zonder dat je kunt zien hoe de magneet dat doet. Voor de Grieken was materie dan ook eeuwig, er was geen begin. De wereld die zij kenden was de enige wereld en deze wereld was kenbaar. Zij maakten nog geen kostbare reisjes naar Mars, zij probeerden de wereld om zich heen te begrijpen. Ik mag ze wel, die Oude Grieken.

O ja, één anecdote rond Thales mag niet ontbreken, al kunnen we het in bijna elk geschiedenisboek van de filosofie terugvinden. We zullen waarschijnlijk nooit weten of het verhaal waar gebeurd is, maar het zal wel altijd aan Thales blijven kleven. Deze anecdote maakt hem tevens tot de eerste verstrooide professor. Daarnaast geeft het prachtig weer, dat een filosoof nog zo in zijn denken kan opgaan, de praktische kant van het leven – namelijk dat je moet opletten waar je je voeten neerzet – mag niet uit het oog verloren worden.

Er wordt verteld dat Thales eens, toen hij door een oude vrouw uit zijn huis werd meegenomen om de sterren te observeren, in een kuil is gevallen, en zijn kreet om hulp door de oude vrouw als volgt beantwoord werd: 'Denk je dat je iets over de hemel aan de weet kunt komen, Thales, als je niet eens kunt zien wat vlak voor je voeten ligt?'

Diogenes Laërtius Leven en leer van beroemde filosofen, 25