Thales uit Milete (ca. 624–545) bestudeerde de sterren. Zijn leerling Anaximander (ca. 610–546) zal dat ongetwijfeld ook gedaan hebben, maar hij was het niet eens met zijn leermeester dat de oerstof (archè) water zou zijn. Anaximander zag een wereld van tegenstellingen (geboorte-dood, groei-verval), een dynamische wereld waar elementen steeds in elkaar veranderen en in conflict zijn met elkaar. Als water de oerstof zou zijn, waarom zouden dan niet alle elementen allang tot water geworden zijn?

Maar welk element dan wel? Volgens Anaximander moest het iets zijn waar alle elementen uit voortkomen en waarin ze ook weer verdwijnen. Het moest een oneindige substantie zijn waar alle werelden en hemelen uit voort kunnen komen. Het ziet ernaar uit dat Anaximander tot de conclusie kwam dat er een oerstof moest zijn, die weliswaar niet waarneembaar was, maar die we kunnen afleiden uit alle verschijnselen die we wel kunnen ervaren. Anaximander noemde dit element heel toepasselijk apeiron, het onbepaalde.

Moderne astronomen zullen deze oplossing van Anaximander met een glimlach herkennen. Zij zitten soms met het probleem dat de kenmerken van de waarneembare materie niet volledig te verklaren zijn met hun theorieën. Zo veronderstellen astronomen heden ten dage donkere materie om de bewegingssnelheid van sterrenstelsels te helpen verklaren. Deze donkere materie is nooit waargenomen maar zou 23% van de massa van het heelal uitmaken. Daarnaast zou 73% van het heelal uit donkere energie bestaan, ook niet te localiseren, dus we kunnen veilig concluderen dat 96% van het heelal door astronomen uit de gegevens wordt afgeleid, maar nooit is 'gezien'. Mocht donkere materie ooit gevangen worden in onze waarneming, dan stel ik de naam apeiron voor.

Het is niet voor niets dat zenboeddhisten gebruik maken van koans. Deze oefeningen bevatten niet zelden een paradox en juist met paradoxen begeven we ons op de grenzen van ons voorstellingsvermogen. Ons denken zit immers gevangen in tijd en ruimte en het lijkt erop dat onze zoektocht naar eenheid achter verscheidenheid eenzelfde beperking verraad. De oerknal het begin van het heelal? Maar wat was er dan voor? Een uitdijend heelal, maar wat is er dan voorbij die grens? Kunnen we de complexe wereld slechts behappen als we de boomstructuur terug volgen totdat we het begin vinden waaruit alles voortgekomen is? Is het Intelligent Design een modern archè? Dat deze complexe wereld alleen maar ontworpen en geschapen kan zijn door een hogere macht, geen twijfel mogelijk? Het aloude Deus ex machina.

Projecteren we niet een menselijke eigenschap op onze wereld? Ervaren we onszelf niet als een uniek subject, een eenheid? Onze persoonlijkheid zou wel eens complexer kunnen zijn dan we denken. Wellicht creëeren onze hersenen een illusie van eenheid, omdat we anders onze werkelijkheid niet aankunnen. Nergens in de menselijke hersenen is een plek gevonden waar het 'ik' zijn kamers betrokken heeft. Integendeel, het 'ik' lijkt eerder voort te komen uit een enorme hoeveelheid processen die een 'ik' suggereren. De zoektocht naar eenheid achter de werkelijkheid zou wel eens een diep menselijke behoefte kunnen zijn om de werkelijkheid onder controle te krijgen. Complexiteit en verscheidenheid zouden wel eens altijd aanwezig kunnen zijn, zonder begin in tijd en ruimte, zonder einde in tijd en ruimte. Wie zal het zeggen. Datgene dat 'mijn ik' construeert, weet het niet.